Koningsspelen

‘Bam,  bam, beng, knal’. Het geluid van de omvallende blikken komt harder binnen dan me lief is. Vandaag ben ik geen juf maar mama. Vandaag heb ik me opgegeven om op de school van mijn dochter mee te helpen bij de allereerste Koningsspelen en heb ik de twijfelachtige eer om het blikgooien te begeleiden. Klagen mag ik niet want ik sta  onder een afdak. Spelleiders in de stromende regen kijken jaloers mijn kant op.  

Groepjes  uitgelaten kleuters stormen op de blikken af. Ze luisteren matig tot slecht naar mijn uitleg (valt er iets uit te leggen aan blikgooien dan?) en sommigen beginnen al met gooien als de blikken nog niet  opgebouwd zijn.  Herhaaldelijk wijs ik de deelnemers erop dat ze een stap achteruit moeten doen maar  dan staan ze in de regen.  Ze staan zo dichtbij dat ze eigenlijk geen ballen meer nodig hebben.

Zo goed en zo kwaad als ik kan probeer ik de punten te tellen. Als juf weet ik hoe fanatiek sommige hulpouders kunnen zijn, om het maar niet te hebben over hulpgrootouders, maar vandaag ben ik mama dus ik doe alsof ik van niets weet. “Onze Ferdinand heeft gewonnen!” zegt hulpoma als de kinderen vragen hoeveel punten ze hebben. “Hij had alle blikken om!” ‘Ja álle kinderen hadden álle blikken om!’ , wil ik zeggen maar dat klopt niet helemaal.  Het groepje van ‘onze Ferdinand’ heeft net één puntje minder dan het andere groepje.  Gepikeerd stapt hulpoma naar het volgende spel.

“Over vijf minuten gaan we stoppen.” De opmerking  van de juf komt precies op tijd. Ik heb net een blikschoppende kleuter terecht gewezen. (ben ik nou toch weer zelf de juf aan het uithangen?)Nu hebben de kinderen nog een verrassing , buiten, in de regen. Ze  dansen voor ons en als altijd ontroert me dat een beetje. “Doe je handen maar omhoog en zwaai van links naar rechts, want bewegen is gezond.” , zingen de kleuters uit volle borst.  Mijn zoon van drie, die ik snel bij de peuterspeelzaal heb opgepikt trekt aan mijn hand en roept huilend: “ik wil niet van links naar rechts!”

Even later loop ik met twee doorweekte, uitgeputte  kinderen naar huis. Ze zeggen weinig maar ze zeuren niet. Logisch. Ik heb ze pannenkoeken en warme chocomel beloofd. Ik kan zelf ook wel iets warms gebruiken.  Na een uur heb ik het  nog steeds koud. “Zullen we met z’n drieën in bad gaan? “,  vraag ik. We zitten veel te krap, maar hebben de grootste lol, spelen met het schuim en de badeendjes. Ik kijk naar het  geluk op de gezichten  van mijn kinderen en ik denk: ‘Koningsspelen 2014, kom maar op!’

 

Kapper

“..She…short hair, did it self!” De man heeft zojuist zijn ietwat verwarde vriendin de kapsalon binnengeduwd. Ondanks dat het buiten -3 is, is het stel schaars gekleed.  Beide zijn van Indiase komaf en in gebrekkig Engels probeert de man duidelijk te maken wat de bedoeling is.  Ik zie het gebeuren in de spiegel. Er ontstaat lichte paniek.  “Ik ken gin Engels”, zegt de kapster die dit op mag gaan knappen. “Heb je even een momentje?”, vraagt mijn wat-meer-in-huis-hebbende-kapster. Glimlachend stem ik  toe. Ik geniet stilletjes van deze onbeholpen communicatie.

 Ze ziet eruit als een afvaller van Holland’s Next Top Model . De afvaller die de twijfelachtige eer heeft gekregen om te mogen paraderen met een pittig kortgeknipt  a-symetrisch kapsel.  De vrouw heeft de helft van haar pony afgeknipt. “She needs protect”, zegt de man (‘Ja voor zichzelf’,schiet er door mijn hoofd)  “She needs mask” .(‘Ja voor haar gezicht misschien’, wil ik roepen.) Dapper geeft mijn knappe kapster alle antwoorden. Ik krijg er een trots gevoel van.  Dan zit de dramatische haar- vrouw, die tot nu toe nog niets gezegd heeft, naast me bij het haren wassen. “More warm, more warm”, zegt ze  waaruit ‘t meiske zonder enige kennis van de Engelse taal concludeert dat het water te warm is. Mijn glimlach wordt steeds groter. De man is inmiddels verdwenen. Back in five minutes. Ik vraag me af of hij nog wel terug zal komen.

Terug voor de spiegel doe ik een schokkende ontdekking.  Niet omdat niet alle grijze haren zijn verdwenen of omdat ik meer rimpels heb gekregen maar de herinnering aan een oudergesprek met een Somalische moeder met zoon als tolk komt keihard binnen. Met klotsende oksels en als een soort robot gooi  mijn mededelingen eruit. Zowel moeder als zoon blijven me onafgebroken  glazig aankijken, zeggen na elke zin: ‘ yes yes’ en versterken ongemakkelijke gevoel  door samen Somalisch te  blijven praten. Dan hoor ik mezelf  zeggen: “On Monday afternoon,  we have gym (lees djim) and now she has on her clothes to sport already in the morning, but that’s not good, she has to bring them in a bag en ik  weet  zeker dat ze er geen biet van hebben begrepen. (yes, yes!)Ik wil ik nog maar één ding:  stilletjes het toneel verlaten.

Snel verdring ik de gedachte naar de achtergrond. De man komt weer binnen .  Via de spiegel  kruist zijn blik de mijne. Verbeeld ik het me of kan hij gedachten lezen? Het lijkt alsof hij wil zeggen:  “You, self can also not  do it,  so say not something about us.!”

Sportheld

Sportheld

De fanatieke malloot in bijpassende sportkleding springt met een soepele sprong en dito glimlach op de touwbrug. Hij legt uit wat de tactiek is om over deze gammele brug te lopen. De moed zakt me in mijn schoenen. ‘Ik wil dit niet, ik kan dit niet!’,roept een stem in mijn hoofd.

We hebben een teamuitje, gezellig samen iets LEUKS doen. Ik heb me gehuld in een, voor mijn a-motorische doen, sportieve outfit. Ik probeer  me niet te focussen op de opdracht en kijk naar de gezichten van mijn collega’s. Vraag me af of ze aan mij kunnen zien wat ik doormaak, wat voor enorme hekel ik heb aan dit soort activiteiten. Sterker nog, ik kots ervan! Ik voel totaal niet de drang om überhaupt  aan de overkant te komen. Om de lieve vrede te bewaren luister ik braaf naar de stem van Mister kijk-mij eens-een-lekkere-body-hebben.

“Overleven is weten wat je beperkingen zijn!”, zegt hij. Zijn hand strijkt door zijn te perfecte kapsel. ‘Patser’, denk ik. “Je kunt alleen de overkant halen als je de juiste spieren gebruikt” gaat hij verder. “Dat zullen in ieder geval niet je lachspieren zijn”, mompel ik tegen mijn buurvrouw. “Wat zeg je?” ,vraagt onze instructeur en kijkt me doordringend aan. Er loopt een rilling over mijn rug. “Eh, niks”, zeg ik zachtjes. Sport Billy is niet blij.

Wankelend stap ik even later toch op de touwbrug. Mijn rug voorover gebogen alsof ik oefeningen uitvoer in een revalidatiecentrum, mijn armen zijwaarts gestrekt en mijn  slappe handen (vol zweet) reiken aarzelend naar het touw. De brug wiebelt en het lukt me niet om met mijn handen het touw vast te grijpen. Ik val voorover op mijn knieën en vloek binnensmonds. Op mijn schouder voel ik de hand van Superman branden. Hij helpt me met opstaan. “Niet de juiste spieren gebruikt?”, zeg ik, om te spanning  te doorbreken. Zijn lach is opeens wat onzeker. ‘Overleven is weten wat je sterke punten zijn’, schiet er door me heen. Opeens pak ik zelfverzekerd het touw vast en loop met opgeheven hoofd, hetzij met hier en daar een kleine uitglijder, naar de overkant.

Nonchalant en met nog één been op de brug bedankt mijn redder in nood ons voor onze inzet. Zijn ogen blijven net iets te lang aan de mijne plakken . Zijn voet schiet van de brug af en nog geen  seconde later ligt hij languit op de grond. Hij stikt van de pijn,  mijn sportheld, maar hij laat niets blijken. “Overleven is weten wat je beperkingen zijn?”, zeg ik als hij opgekrabbeld is.

 

 

 

Korreltje zout

Vanaf komende dinsdag is hier dus elke week een column te lezen. Wat ik nog even kwijt wil: neem ze niet allemaal te letterlijk. Ik heb echt niet alles zo meegemaakt en natuurlijk hier en daar wat aangedikt (dat heb ik geleerd op de cursus:)

 

Dinsdag is de eerste te lezen: Sportheld... 

Vanaf volgende week zijn hier Columns te lezen.

Tijd voor een eigen blog. 

Na de cursus columns schrijven van Romy vd Sande bij het Kunstkwartier in Helmond ga ik hier elke week een nieuwe column plaatsen. Zo kan ik veel schrijven en oefenen! Nu nog zorgen dat er mensen zijn die het willen lezen:))