Veertig

V-E-E-R-T-I-G

“Geboortedatum?” , vraagt de tandartsassistente als ik bel voor een afspraak. Ik geef hetzelfde antwoord als altijd. “Drie-acht-drieënzeventig.” Toch lijkt het nu anders te klinken. Ik hou van augustus in de zomer. Ik hou van drie augustus, mijn verjaardag. Ik hou nog steeds van het gevoel van jarig zijn.

Natuurlijk realiseer ik me dat het 2013 is. Tweeduizenddertien. Ik kan  ook rekenen van 1973 naar 2013. Je gaat eerst naar het volgende tiental, dan naar het volgende honderdtal, dan heb ik er al 27 bijgedaan, 27 erbij 13 is 40, VEERTIG. Ik word VEERTIG. Zo dat is eruit. ‘Je bent zo oud als je je voelt.’, luidt het overbekende cliché. Hoezo, zo oud als je je voelt? Hoe voelt dan veertig of vierendertig of eenentwintig? Waarschijnlijk ben ik ergens bij zesentwintig blijven hangen, vooruit achtentwintig. Eén verschil: ik ken mezelf beter.

Sommige mensen (lees: vrouwen) zijn misschien in leeftijd jonger maar gedragen zich alsof ze stukken ouder zijn.  Ze dragen Crocks en hebben praktische kortgeknipte kapsels. Kijken niet naar een paar kilootjes teveel. Hoeven er niet meer mooi uit te zien want hebben man en drie kinderen. Dat idee.

Ik voel me als stapelverliefd, als hartstocht op het moment dat je ontdekt dat het wederzijds is, als mooie liedjes spelen op de gitaar, als liefdesgedichten schrijven, als ontroerende voorstellingen maken. Ik voel me als ongrijpbare  teksten van R.E.M of als het rustgevende effect van de stem van Ed Kowalczyk (vroeger de zanger van de band Live) als hij zingt:  “The way you’re bathed in light, reminds me of that night. Ik voel me soms als wakker liggen in de nacht me afvragende wat er allemaal nog gaat komen. Kan iemand mij zeggen hoe oud ik dan ben?

Ja, ja, ik moet het onder ogen komen, het ‘nieuwe dertig’.  Er komen lachrimpels rond mijn ogen. Als ik mijn haar niet verf ben ik zo grijs als een duif. Je ziet echt wel dat ik twee kinderen heb gekregen en mijn rug is ook niet meer wat het geweest is. Ik betrap mezelf er af en toe op dat ik knijp met mijn ogen om iets te kunnen lezen en als ik een spelletje Memory speel met mijn dochter ben ik kansloos. Als ik een keer goed doorzak heb ik een week nodig om bij te komen. Verder is er niets veranderd.

Wat ik ga doen nadat in de nacht van twee augustus de klok twaalf keer heeft geslagen? Gewoon verder waar ik gebleven ben. Mooie dingen maken. Schrijven, vertellen, creëren. Laten zien dat het leven, wat er ook gebeurt, de moeite waard is!

Quend les Pins

Zand en zout water, ik hou ervan. We gaan een dagje naar het strand. Onze vakantie loopt ten einde maar dit hebben we nog in het verschiet. Eerst trotseren we de vele strandbenodigdhedenwinkels, ijssalons en gokhalachtige attracties. Dan lopen we in optocht het strand op.

Qeund les Pins, Noord Frankrijk. Het dorpje staat bekend als een gezellige badplaats met een mooi zandstrand. Dit weten meer mensen want per persoon hebben we een slordige vierkante meter om onze handdoek op te schikken en dat is een kunst op zich. Jammer genoeg is het vloed.  Wat ook niet echt helpt zijn de reusachtige, aangespoelde walrusachtigen die op opvallend veel plekken liggen of zitten, of staan in een enkel geval. Als ik beter kijk zie ik tot mijn grote schrik dat het mensen zijn. Moddervette exemplaren van tegen de tweehonderd kilo.  Hun witte, eeltige voeten zijn in authentieke badslippers of waterschoenen geperst. Van badkleding is geen sprake. Niet in deze maat verkrijgbaar. Nauwsluitende jurken  met horizontale strepen blijkbaar wel.

Opeens is het strand leeg. Geen dikke lijven meer te zien. Natuurlijk, het is lunchtijd. Ze zitten in een van de  horecagelegenheden hun vetvoorraden aan te vullen. En ja hoor, een uur later komen de kolossen weer terug, het zweet van hun voorhoofd wissend. Tja van wandelen in de brandende zon word je moe. Wij eten braaf onze vooraf gesmeerde stokbroodjes op. Los van dat het zo ongezond is vraag ik me af waar ze het geld vandaan halen om al dat voedsel te financieren. In een badplaats als deze betaal je je scheel aan wat dan ook.

Onze kinderen hebben geen oog voor obesitas. Zij slepen met de tong uit de mond emmertjes modder naar de zee en maken zandkastelen.  Zij springen in de golven en verzamelen  schelpen met een stinkende, nog levende inhoud. Zij genieten met volle teugen van hun eigen kleine wereld. Ik pak een schepje en begin modder in een emmertje te gooien.  Ik Probeer de drukte om mij heen te vergeten. Hoe voller de emmer, hoe beter het wordt.

 Als we terug naar de auto lopen staan de mensen in de rij om een tafeltje in een  restaurantje te bemachtigen. Ik moet er niet aan denken om voor mijn eten in de rij te moeten gaan staan. “Mogen wij een ijsje?”  vragen mijn uitgeputte kindjes ,met  hier en daar nog wat sporen van modder aan hun beentjes, met hun allerliefste stemmetjes. ‘Hoeveel ijsjes zou je moeten eten om zo’n enorm vet lijf te krijgen? Niet aan denken!’, zeg ik streng tegen mezelf. ‘Modder in het emmertje!’ “Natuurlijk schatjes, natuurlijk krijgen jullie een ijsje!”

Binnenkort weer columns

Nog even en je kunt weer columns lezen hier. Genoeg vakantieavonturen beleefd! Nu zo warm dat ik niet kan slapen!