Vakantie tot 7 januari

Op dinsdag 7 januri kun je de volgende column verwachten. Tot dan even lekker kerstvakantie!

Klassenbezoek

“Geil”, zegt de leerkrachtassistent. Emotieloos kijkt de man van bijna-pensioen-leeftijd achter in de klas op van zijn schrijfblok. Hij observeert mij, hij observeert een leerling en onze interactie. Hij vertrekt geen spier en schrijft driftig door. Waarom laat de assistent me juist vandaag in de steek?

Voor de duidelijkheid: de assistent is geen mens maar een computerprogramma. Een van zijn mogelijkheden een digitaal klik-klak-boekje. Dit is een klein zesringsmapje waarin klanken zitten. Elk nieuw woord dat een leerling uit groep drie leert, komt per klank in het boekje te zitten. Het vorige woord was b-ij-l. Vandaag volgt g-ei-t maar de ‘t’zat er al in van een ander woord en dus…..Mijn gedachten schieten alle kanten op. Wat zou die man denken? Waarom lacht hij er niet gewoon om? Vindt hij dat ik me hier beter op had moeten voorbereiden of is hij ter plekke aan het visualiseren waar hij geil van wordt? ‘STOP! Ga door met de les!’, wij ik mezelf terecht. ‘Doe alsof er niets aan de hand is, dat doet hij ook.’

Als de kinderen aan het werk zijn, schiet me een ander voorval te binnen. Jaren geleden, ook in groep drie. Een intern begeleidster zit te kijken naar een lesje auditieve synthese, woorden per klank opzeggen en de leerlingen moeten er een heel woord van maken. “V-i-s”, zeg ik in een langzaam tempo. “Frietpan.”, roept de jongen vol overgave. Ik probeer wat anders. “P-e-t”, zeg ik nu wat harder. “Fietspomp”, zegt hij enthousiast en hij is ervan overtuigd dat hij het erg goed doet. Observatie geslaagd…

“Wat kan hij nog meer?” Ik schrik op uit mijn gedachten. Mijn fijne observator staat plotseling achter me. Even weet ik niet wat hij bedoelt maar hij heeft de digibordpen al in zijn hand. “Wat een vernuftig programma zo’n leerkrachtassistent. Dat hadden ze in mijn tijd niet.” ‘Nee.’ , denk ik. ‘Maar in jouw tijd hadden ze ook geen mannen en vrouwen met kladblokken die jou kwamen observeren terwijl je al stuntelend probeerde te verbergen dat er zojuist een aanstootgevend woord op het digibord was verschenen.’ Hij klikt overal op, verliest zich in het programma, vergeet waar hij ook alweer voor gekomen is.

Nu snap ik het teken. Dank je wel leerkrachtassistent. Excuses voor mijn onbegrip. Geil betekent in dit geval heel wat anders. Jij hebt nu zeker ook wel wat vakantie verdiend!

Kerst

Ik toets de code van het alarm in. Het is stikdonker in de hal van de school en ik ben altijd weer blij als het piepen stopt. Ik krijg er een opgejaagd gevoel van. Net als ik dat gevoel denk kwijt te zijn sta ik oog in oog met, ja wat is het, een in lappen gewikkelde etalagepop. Hij kijkt me dreigend aan, alsof ik niet welkom ben. Mijn hart slaat over en als ik goed kijk zie ik nog meer  figuren die in lompen, als opgezette lijken, voor zich uit staan te staren. Als ik nog beter kijk zie ik dat het een kerststal voorstelt. Dat dit stel is geweigerd in de herberg kan ik me opeens voorstellen.

Het begin van wat het kerstgevoel zou moeten worden. Waar mensen in augustus al beginnen te dromen over de kerst en mooie bij elkaar passende decoratie, stel ik het het liefst zo lang mogelijk uit. Ik hou niet van de clichés, van het massale, saamhorige, allemaal met hetzelfde bezig zijn.  Ik hou zeker wel van gezelligheid maar dat kan ook anders. Ik moet wel toegeven dat ik  niet zo goed  ben in decoreren. Ziet het er bij anderen tip top uit, oogt het bij mij toch wat zielig.

Dankbaar maak ik gebruik van deze  zieligheid. Een kerstboom moet als je kinderen hebt. “Mogen wij versiering maken?” “ Ja hoor!” Van een afgestemde stijl is toch al geen sprake. Het gaat al fout bij de boom zelf. Mijn man en ik hebben er een sport van gemaakt om de boom her te gebruiken. Dit lukt ons nu al voor de vijfde keer. Dat vinden wij zelf tenminste. Waar de boom het eerste jaar een echte kerstboomvorm had heeft hij dat de afgelopen drie jaar al niet meer. We knippen er hier en daar een stuk af en zetten de slechtste kant tegen de muur. Niemand die het ziet. Dat denken wij zelf tenminste. Een piek wordt wat lastig. De boom heeft geen bovenkant.

Dan komt het hoofdstuk van de lampjes. Ze komen keurig om een stuk karton gerold uit een doos en toch  weten we het te presteren om de lampjes, tijdens het afrollen, in de knoop te laten komen. Tot nu toe nog altijd zonder enig geruzie. We blijven ijzig rustig. Het draperen over de dennentakken is vervolgens toch echt de taak voor manlief. Ik neem het geduld niet eens..ik gooi ze er gewoon overheen. Hij gaat (sorry schat) als een soort autist elk lampje op een takje vastzetten. We testen vooraf. Toch jammer dat er één snoer kapot is als alles er in zit.

Misschien wat meer geld uitgeven? Nieuwe boom? Andere lampjes, bij elkaar passende slingers en ballen? NO WAY. Zuinigheid? Nee natuurlijk niet. Wij sparen voor een tropische vakantie tijdens de kerstdagen. Languit met een boek in de zon op een strandbedje, cocktail op het tafeltje ernaast, heerlijk. Ik hoor de bellen al: “Dashing trough the sand, in a one horse open sleigh”…

 

 

Wc

“Juf, er ligt een grote drol in de wc.”, zegt een leerling vol afgrijzen. Ik heb mijn handen vol aan mijn groep maar ik beloof dat ik zo wel even ga kijken. De volgende staat al weer achter me. “Juf, dit is té ranzig, iemand heeft gepoept en niet doorgespoeld en er liggen allemaal proppen papier op de grond. Ik wil er best nu iets aan gaan doen maar een rondstuiterende leerling steekt daar een stokje voor.

Schoolwc’s en kinderen, ze gaan niet samen. Op wat voor school ik ook kom. Ze worden niet alleen gebruikt als schuilplaats om bepaalde taken te kunnen ontduiken maar er gebeuren ook de vreemdste dingen. De kraan staat bij het handen wassen vol open,  zodat de ruimte even later ook als zwembad kan worden gebruikt. Er wordt bij voorkeur niet doorgespoeld en bij de  jongens is de plas overal, behalve waar het zou moeten zijn, namelijk in de toiletpot. De allergrootste malloten denken dat ze naar behoefte de ruimte kunnen vullen met toiletpapier of zelfs dat complete rollen in het toilet thuishoren. Vreemd genoeg weten ze de pot dan wél te vinden. Ook hilarisch: de deur van de wc op slot doen en er dan onder door kruipen, dan moet de volgende lekker lang wachten.

Voor mezelf is het ultieme wc-bezoek de Dixi. Festivaltoiletten. Rechthoekige 3d-hokjes die als een soort lego aan elkaar geklikt zijn en voor mijn gevoel ook om kunnen vallen. Je weet wat er gaat komen en toch ben je nooit goed voorbereid. Je kijkt in een gat met een berg smurrie waardoor je maaginhoud versneld omhoog komt. Daar moet je dan boven gaan hangen. Andere  mogelijkheden zijn er niet. Ik doe mijn ogen van armoede dan maar dicht, net als mijn neus trouwens. Bij het verlaten moet je wel aan je volgende biertje om het beeld mee weg te spoelen..maar ja dan moet je straks weer… Eén keer heb ik me gewaagd aan een plastuit. Als kerels op een rij voor een gootje. Stukje karton goed vouwen, vasthouden met twee handen en niet naar achteren hangen. Niet naar achteren hangen! Als je me een beetje kent, weet je het al. Ik had net zo goed meteen in mijn broek kunnen plassen. Met  de slappe lach en een doorweekte achterkant druip ik af.

Of vakantietoiletten. Onderweg langs de Franse snelwegen op van die voetstappen en poep aan de muren, hangen boven een toiletpot in Cuba  terwijl de ogen van een enorme nachtvlinder in je rug prikken. Geruisloos je behoefte doen op een camping omdat je weet dat er naast je ook mensen zitten, of juist zelf niet meer kunnen omdat er naast je iemand kreunende geluiden zit te maken.

Dat moet toch anders kunnen. Zelfreinigende wc’s, tijdschriften , geluidsdichte wanden, lekkere geurtjes, iets lekkers erbij, massage, plaatjes van mooie mannen. O nee, nu draaf ik door. En dat kan ook niet. Straks heb ik geen leerling meer in de klas zitten. Hoewel….

Jellie

“Te laat, te laat!”, roepen we tegen elkaar als we in onze, weinig flatteuze witte insectenbestrijdingspakken de steiger beklimmen. We vinden het belachelijk maar doen het toch. We zijn nog maar net puber-af als we onze gezamenlijke danscarrière starten. Zij stukken beter dan ik maar dat doet niets af aan het plezier.

Jaren later. Voorstelling nummer zoveel. Wij mogen samen met een zaklamp mannen die in het publiek zitten bespelen en in een  nogal ongemakkelijke situatie brengen. We vinden het belachelijk maar doen het wel omdat we het stiekem toch ook leuk vinden. In de coulissen rollen de tranen over onze wangen. De blokfluitmuziek in alle toonsoorten helpt daar niet bij maar we moeten ons concentreren op onze volgende dans op het liedje: ‘ Face à la mèr.’ “Er zit een gezicht in de zee.” , zeg je een seconde voordat we op moeten en dan sta je te schitteren op het podium.

September 2012. Het nieuws valt rauw op ons dak. Je bent ziek. Borstkanker. De tranen rollen over onze wangen maar jij bent sterk. Je ondergaat een zware operatie en dan lijkt het klaar. Geen verdere behandeling nodig, hoera! Na nog een operatie blijkt het tegendeel . Verkeerde cellen zorgen ervoor dat je het meest vreselijke moet ondergaan. Je gaat over vele grenzen en je bent ongelofelijk sterk.  Met verbazing en respect zien we je vechten.  Stoer als je bent en met je vertrouwde humor dans je tussen de kuren gewoon door. “Ik denk dat ik mijn haar toch maar weer laat groeien”, zeg je, “want ik vind dit echt lelijk.” Je lacht en wij lachen met je mee. Niet omdat we niet weten wat anders te doen maar dit ben jij gewoon, ten voeten uit.

Jellie. Je hebt het even zwaar. Je herstelt van weer een operatie. Op de achtergrond dans je stilletjes verder. Je bent moe en hebt pijn en het einde van het medische verhaal is nog lang niet in zicht. Eigenlijk ben je boos omdat jou dit overkomt. Weer zijn wij trots dat je ook dit laat zien. Toch zal je overwinnen. Over een tijd ga je weer zo sterk als een beer door de zaal, verzin je je eigen choreografieën als je het origineel even niet meer weet en zal jouw slappe lach weer subtiel tussen de coulissen klinken.

Straks zal alles langzaam beter gaan maar de littekens zullen blijven, aan de buitenkant maar ook aan de binnenkant. Weet ons te vinden. Trek ons over de grens. Blijf je verhaal doen als het niet gaat. Mijn souvenir aan deze periode  gaat veel verder dan de dansvloer. Dit is voor het leven. Ik stop een stukje van jouw stoerheid, jouw humor in mijn tas en haal het tevoorschijn indien nodig, bij een grote of een kleine dip. En jij?  Maak ons aan het lachen, zing rare liedjes en iedereen zal weten: het is nooit te laat!