Voetbal

Triomfantelijk versper ik ze de weg. Met mijn mollige beentjes tegen elkaar bescherm ik het blokje. Het hele spel blijf ik staan en ik glim van trots als de meester vraagt wiens blokje nul keer is omgegaan. De fanatieke jongetjes hebben mij en mijn blokje waarschijnlijk amper opgemerkt. Het begin van mijn haatliefde verhouding met het fenomeen voetbal.

“Kom op nou Valken!” De vader van een van de spelers (hij kan er ook niets aan doen dat hij zo’n harde, lage stem heeft), staat zich op te vreten. De tegenstanders zijn te lomp of de scheids is partijdig maar de ploeg van zijn geliefde zoon treft geen blaam. Waar ik geboren ben gaat het om twee clubs: De Valk en De ‘Bosuilen’ Ik wil uiteraard niemand tegen mij in het harnas jagen maar ik heb de indruk dat de eerste iets meer ambitie heeft. Twintig jaar geleden tenminste wel. Talenten van buitenaf moeten ten koste van eigen spelers de show gaan stelen. De leus: ‘Hup de Valluk, as ge wint dan zalluk, ZUIPEN.’, doet die allure mijns inziens behoorlijk te niet.

Mijn eerste vriendje is een fanatiek voetballer en ik ben geloof ik, sorry nog daarvoor, niet de allerbeste spelersvrouw. Ik sta langs de lijn, bezoek allerlei kantines en luister vol verbazing, onder het genot van bladen bier en vette snacks, naar de nabeschouwing maar echt warm krijg ik het er niet van. Toch heb ik een favoriete amateurclub en dat komt door hun clublied: ‘Bij ons in Dommelen is het te doen, hier heerst het blauwwitte legioen. Wij zijn niet te stoppen, wie wil er ons nog kloppen! Fantastisch, maar dat terzijde.

Dan het betaald voetbal. Het eeuwige gezeur over welke man waar had moeten staan, wie er welk godsvermogen voor welk icoon betaalt en hoe waardeloos het allemaal is en dat drie uur lang. Het lijkt wel vergaderen in het onderwijs. Koning van het ouwehoeren is:, (erger nog dan Johan Derksen en Hugo Borst) Hans Kraai senior. Emotieloos commentaar geven, janken met de pet op!  Ik herinner me een wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Brazilië. Het is pakweg 1998. De vorige winnen we glansrijk van Argentinië en nog klinken de woorden: ‘Lopez naar huis’ , na in mijn hoofd. Dit is andere koek, het loopt slecht af. Mannen storten huilend als kleine kinderen ter aarde. Ik moet moeite doen om niet heel hard te gaan lachen.

We zitten er weer middenin. Het WK. Hoewel je het niet zou verwachten vul ik alle standen in op de poster op de deur, kijk ik geen wedstrijd van Nederland zonder mijn oranje hoedje en kan ik nauwelijks blijven zitten als het spannend wordt. Wat het is weet ik ook niet maar ik verander in een fanatieke supportster.

Mijn zoon van vier wil misschien ook gaan voetballen. Balgevoel heeft het manneke wel. Opeens zie ik mezelf staan. Opnieuw langs de lijn. Gefocust op mijn kleine man. O jee, als ik maar geen viswijf word….

 

 

Schoolkamp

Het condoom wordt op vakkundige wijze om de bezemsteel geschoven. Muisstil is het in het kleine zaaltje op het kampterrein. Zelfs de grootste raddraaiers laten de informatie gelaten binnenkomen.  De vrouw van de Rutgerstichting vertelt met kalme maar net iets te hoge stem wat je allemaal kunt krijgen als je onbeschermd vrijt. De plaatjes die ze erbij laat zien laten niets aan de verbeelding over en snoeren iedereen de mond. ’s Avonds roosteren we frikandellen in het vuur. Van pure ontlading zwieren de jongens ermee of hun leven ervan af hangt. Iedereen lacht. Een gevoel van saamhorigheid bloeit op. Veertien jaar ben ik nog maar en op kamp met drie Mavo. We mogen niet uit het raam op de begane grond klimmen en om tien uur moeten we naar bed.

Twee jaar later. Ik ben gepromoveerd tot vier Havo. Van om tien uur naar bed is hier geen sprake,  we drinken bier met de leraren, dansen tot midden in de nacht en de jongens bezoeken de kamers van de meisjes tot we niet meer weten of het nog laat is of alweer vroeg. Tot de ‘geen alcoholdrinkende, op haar eigen geslacht vallende gymjuf’ met bijpassend  bloempotkapsel er genoeg van heeft. Haar mannelijke stem galmt door de slaapzalen, jongens worden uit slaapzakken, die niet van hen zijn, gevist. Als een geoefend militair neemt ze plaats in de hoek en blijft daar het resterende deel van de nacht staan. Niemand durft nog een vin te verroeren.

De tijd heeft niet stil gestaan. Inmiddels sta ik aan de andere kant. Als leerkracht altijd met een dubbel gevoel maar het plezier wint het van het besef van de enorme verantwoordelijkheid. Met de hele school zijn we op kamp in Neerpelt. Met een glimlach kijk ik toe. Ik zie bedden gevuld met bonte slaapzakken en slaapzalen die er binnen no-time uitzien alsof er een bom ontploft is. Aan de tassen kun je, zonder dat er namen opstaan en alsof het rekenschriften zijn, zien van welke leerling ze zijn. “Juf, da zèn heul vuil eierkoeken, die zèn zo dreug als wa!” zegt de ietwat uit de kluiten gewassen jongen uit groep acht tegen mij. Ik spreek hem er niet op aan, hij bedoelt: ‘het is gezellig hier.’

“Dit zijn hele leuke zoutjes”, fluistert mijn collega om de  laatste, net in slaap gevallen leerlingen niet weer wakker te maken. “Als jullie wat zeggen dan hoor ik niets.” We drinken zure wijn en doen imitaties. Even later raakt mijn hoofd moe maar voldaan het kussen. Boven mij draait mijn collega zich lekker om en begint vakkundig een heel bos om te zagen. Het duurt lang voordat ik wegzak in een rommelige slaap.

’s Morgens staan we broederlijk, met wallen tot op de grond,  met de leerlingen voor de spiegel. Alsof we thuis zijn. Doel van dit hele gebeuren: banden  versterken zodat we daar later op terug kunnen komen. Aarzelend komt de jongen uit groep vijf binnen. “Juf, je staat…eh..je tanden te poetsen in  je  t-Shirt  en eh.. onderbroek!” “Ja, Klopt!”

Live

Vol verwachting stap ik in de naar wiet ruikende bus die mij, mijn vriendin en een club langharige jongens naar Pinkpop zal brengen. Zestien jaar ben ik en meteen verliefd op het vertoeven op de festivalwei.  Verliefd op het kruipen onder een stuk plastic  (afgeknipt van zo’n lange rol bij de boerenbond), als de regen met bakken uit de lucht komt en het urenlang kijken naar mensen die met hun Dr. Martens aan hun voeten en een te grote hoeveelheid plastic-beker- biertjes in hun hand voorbij komen stampen. De helft is er al uitgeklotst. Soms zijn ze zo ver heen dat ze bij god niet meer weten waar ze ook alweer zitten.  En dan is er de muziek!

De mooiste herinneringen heb ik aan het toen nog dubbelfestival: ‘Torhout-Werchter’  De charme van België. Overnachten op een camping in Loppem waar je op de wc nog bordjes aantreft met ‘Adam en Eva’ en een peettante die  vol ongeloof komt  mededelen dat de ‘M’ van Madam er is afgevallen én dat er pisbakken bij de dames zijn…Oplopend festivalterrein, langwerpende oliebollen, onooglijke roze curryworsten, Bert en enigszins Bobje en een heerlijk ‘Jupilèrke’.

Het is ook daar dat ik hem voor het eerst écht zie. Ed Kowalczyk. Met mijn voeten soppend in de modder sta ik voor ergens halverwege het veld. Op een scherm zie ik zijn doordringende bruine ogen. Ik ben onder de indruk van zijn kippenvelstem. Deze man weet mij met zijn prachtige metaforen in zijn teksten diep te raken. Mike Stipe van R.E.M kan het ook maar dan voor de sombere momenten.  “It’s an evening I shared with the sun, to find out where we belong. From the earliest days, we were dancing in the shadows.”  Nog nooit voelde regen zo lekker.

Het is ongeveer vijftien jaar later. Met kloppend hart sta ik te wachten bij de ingang van de Melkweg in Amsterdam. In vijftien jaar is er veel gebeurd. Ik heb mensen ontmoet en uit het oog verloren, ik heb twee prachtige kinderen gekregen. De zaal is klein, er staan drie mensen voor me,  en ik kan hem bijna aanraken. Geen spat veranderd. Nog steeds hetzelfde charisma. De band van toen bestaat niet meer maar Ed heeft drie nieuwe energieke muzikanten om zich heen. Hij speelt het album ‘Throwing Copper’ van nummer 1 tot nummer 14. Het dak eraf.

Dan natuurlijk de toegift en nog meer kippenvel. Het is bloedheet in de zaal en toch lukt het hem. ‘The shepherd won’t leave me alone.’ Herinneringen aan van alles komen boven. Sommige dingen veranderen nooit. ‘I don’t need no one to tell me about heaven….’

Yoga

De vrouw met rieten tas, handdoek en  ‘stierenuitlok-rood’ T-shirt kijkt ons vernietigend aan. Volgens mij wil ze ons verrot schelden maar dat kan niet wat ze is yogadocente. Niets aan haar verraad dat ze zo meteen helemaal ZEN en met fluwelen stem een groep mensen tot rust gaat brengen.  “Vijf, zes, zeven acht!”, schreeuwt onze dansjuf boven de keiharde muziek uit. Extra repetitie voor de voorstelling. Yogavrouw knalt haar tas in het muziekhok en wij snellen de kleedkamer in.

Schichtig om zich heen kijkend en met haar haar voor haar ogen komt ze binnen. Te laat. In haar blik paniek. Wat doen die vreemde mensen hier? Haar psychiater heeft haar natuurlijk deze yoga door de strot geduwd. Als ze eenmaal binnen is barsten we in lachen uit maar niet lang. Briesend vraagt de docent ons te verdwijnen want ZO KAN ZE TOCH GEEN YOGA GEVEN!

Mijn enige ervaring met yoga is een noodzakelijke. De juf geeft ons kruidenthee, is lief, heeft een rustgevend muziekje opstaan en de ademhalingsoefeningen aan het einde van de sessie doen mij in slaap vallen. Wat me wel zwaar valt zijn de hilarische uitspraken die ze doet. Ik ben zo bang dat ik moet huilen van het lachen. “Strek je handen boven je hoofd, wieg je heupen op en neer en pluk de mooiste sterren….voor je kindje.” ‘Niet lachen, Jans! Alles voor je kindje, pak ‘m, die ster.’ Doel van dit alles: straks goed beslagen ten ijs komen als ik mag gaan bevallen.

Het hoogtepunt van dit gebeuren komt een paar weken later. De partnerles. Mijn vriend zit achter me en heeft, met enige schroom, zijn handen om mijn dikke buik gevouwen. Naast ons een paar goede bekenden waarmee we normaal gesproken een borrel drinken in de kroeg. Veelbetekenend oogcontact. “Pak je kindje vast, visualiseer dat het zich nestelt in jouw armen, geef het al je liefde die je voelt van top tot teen. Wieg je vrouw rustig op en neer.”, zegt de juf rustig. In mijn ooghoek zie ik het stel op en neer schudden. Niet omdat hij de opdracht perfect wil uitvoeren maar hij pist in zijn broek van het lachen. Ik bijt mijn onderlip stuk. Een paar maanden later beval ik, rustig ademhalend, binnen een paar uur van mijn prachtige dochter. De mooiste ster heeft zijn werk gedaan.

Nog heel wat werk te verzetten nu voor deze yoga-club. Zal de boze docente haar agressie los kunnen laten? Is de gestreste angsthaas straks compleet ontspannen? Ik weet niet wie of wat ze willen inschakelen maar met minder dan een clown of cabaretier gaat het niet lukken.  Het lachen is de remedie, de mooiste ster slecht bijzaak. En ach ja, een aardige docente helpt ook, vooruit dan!