Cursus

“Maar mevrouw, die cursus is al om half drie begonnen en het is nu half vier dus dat heeft weinig zin. Beelddenken? Dat is toch dat je iets levendig voor je ziet..Hebben ze daar tegenwoordig ook al cursussen voor, kun je dat leren dan? Belachelijk.”

In het kader van nascholing ben ik na een veel te lange reis bij 'MFA het Spoor' beland. Ik baal er verschrikkelijk van dat ik nu ook nog een uur gemist heb. Ik ben altijd keurig op tijd. Nu ook, blijkt even later als ik de cursusleidster de naamkaartjes zie uitdelen. Opluchting. ‘We beginnen gewoon om half vier, sukkel!’ Naast mij twee leerkrachten die deelnemen om te bewijzen dat hun leerling, wiens naam overeenkomt met een voorwerp dat je terug kunt vinden in een gereedschapskist, géén beelddenker is, maar gewoon een vervelend mormel. Ouders vinden deze, door henzelf gestelde, diagnose wel ‘vet’. Het eerste uur weet de orthopedagoge mij nog wel te boeien maar als ze met haar behandelplan en vervolgens de BEERTJES VAN MEICHENBAUM op te proppen komt, haak ik af. Twee dagen later blijkt pas echt waarom. 

In het Kruithuis van Breda, een voormalige verdedigingsmuur, maar nu omgebouwd tot een bijzonder mooi architectenbureau, volg ik de workshop:  ‘Spreken met impact’ Vandaag moet ik zelf aan de bak. Leuk, spannend! Ik tref een kleine groep mensen met verschillende achtergronden. De man die de workshop geeft doet dat  met passie en gooit ons op een subtiele manier in het diepe. Uit je comfortzone zonder paniek. 

Ik ontmoet een man van tegen de zestig. Hij heeft al een aantal keren meegedaan en is een ondernemer, een onderhandelaar, ziet meteen waar de pijn zit. Hij weet wat er van hem verwacht wordt maar als hij aan de beurt is om zijn verhaal te doen, bespeur ik onzekerheid. Hij stelt zich kwetsbaar op, gaat staan en vertelt met geweldig veel rust in zijn stem wat hij kwijt wil. Neemt mijn compliment daarover dankbaar in ontvangst. Even later in een gesprek valt hij achterover van mijn ervaringen in het onderwijs. Wat leerlingen soms durven, en wat ouders soms doen. “Weet je wat ik zou zeggen?”, zegt hij met grote ogen en veel verbazing in zijn stem.  “Meneer, als  je wilt dat jouw kind iets leert, is het misschien wel handig als jij hem gewoon een beetje opvoedt!” Hij ziet meteen waar de pijn zit. 

Wat kun je op een dag ongelofelijk veel leren. Er zal flink geoefend moeten worden maar kansen genoeg. Maandag in de klas begin ik meteen met het stellen van vragen. Connecten maar ,en het werkt!  Vierentwintig koppies kijken me verwachtingsvol aan. Ik zie de betrokkenheid in hun ogen. En mevrouw van het ‘beelddenken’ mag ik jou wat ongevraagde tips geven? Mensen onthouden over het algemeen maar drie dingen en misschien, heel misschien zou je je verhaal een beetje kunnen opleuken met metaforen, anekdotes (anneke’s voor insiders) en verhalen, kortgezegd: 'mav's'. Geen idee waar ik het over heb? Vraag het de verbale meesters!

Sint

Met een glimlach van oor tot oor ligt mijn zoon languit op een stuk bubbeltjesplastic, dat hij uit de afvalbak heeft gevist. Hij schatert om het knetterende geluid en àlle bolletjes moeten stuk. Op tafel ligt zijn megavergrootglas dat hij  van de Sint heeft gekregen. Dankjewel Sinterklaasje, want ik wil niet zeggen dat hij daar niet blij mee is,  maar kinderen hebben maar weinig nodig om gelukkig te zijn.

Of zwarte Piet nou helemaal donker is of slechts een paar zwarte vegen op zijn gezicht heeft,  omdat hij nog niet vaak genoeg door de schoorsteen is gekropen, laat onze schatten koud. Ze zien het niet eens. Stroopwafelpieten en gele kaas (gatverdamme!) Pieten lijken overal op behalve op een echte, en zijn er dus geen. “Tss, wie heeft er nou een kaasschaaf op zijn hoofd?”, zegt mijn dochter. “O ja, ze zijn in Gouda, dat is iets met kaas, toch mama?.” Ze vindt het onnozel, dat zie ik, maar ik houd wijselijk mijn mond. Om echt maar te zwijgen van de witte, clowneske, ronduit angstaanjagende ‘Stephen King Pieten’. Om nachtmerries van te krijgen en bovendien echt niet leuk voor mensen die uit zichzelf extreem wit zien. Zijn ze al niet fit, moeten ze ook nog de lolbroek uit gaan hangen.

Chapeau voor het Sinterklaasjournaal!  Alle Pieten van boord en klaar met het gezeur. Wel een beetje zielig voor de huispiet die alleen is achtergebleven. Dit is een vorm van huisvrouwendiscriminatie. Zul je zien dat we nu rellen krijgen in de supermarkt.

Maar ik concentreer me op het plezier. De Sint heeft gezegd dat alle kinderen hun schoen mogen zetten.  De hele middag zijn mijn twee schatten in de weer met tekeningen, brieven en wortels. Ze liggen te laat in bed maar dat doe  ik stiekem  expres. Ik hoop dat ik daardoor zelf nog een klein beetje kan uitslapen. Het is nog pikdonker als ik blote voetjes over het laminaat hoor gaan. Hard gefluister. De wekker geeft 6.40 aan en dat is voor mij een lichte vorm van lekker lang blijven liggen. “Ik hoorde getrappel beneden!”, fluistert mijn dochter, “Ja en geknabbel aan de wortels,”, zegt mijn zoon al stukken harder. “En geluiden van plakband.”, schreeuwt hij nu. “Ze hebben de cadeautjes  in de huiskamer ingepakt!”  Dat klopt, denk ik slaperig, maar dat is toch al een aantal uur geleden. Heerlijk dat ze nog zorgeloos kunnen geloven dat er een paard in de kamer op zijn gemak op een wortel staat te knagen.

Hand in hand gaan ze de trap af.  Sinterklaas is zeer tevreden over het gedrag van onze kinderen. Een hele opluchting. Er is wel wat kritiek dat reken ik mezelf aan. Hij vraagt of ze de volgende keer  beter willen opruimen anders breekt hij zijn nek. Mijn dochter kijkt bedenkelijk. Ik draai me nog een keer om in mijn bed en hoor in de verte allerlei geluiden.  Als ik beneden kom is de kamer supernetjes. Dankjewel Sinterklaasje, een mens heeft maar heel weinig nodig om gelukkig te zijn!

 

Weggooien??

Spullen weggooien vind ik net zoiets als in een koud zwembad springen. Ik krijg een rilling als ik iets, waar ik ooit blij mee was,  in een vuilniszak prop. Eenmaal gedaan is het over en kan ik weer rustig verder ‘zwemmen.’

Ik MOET de zolder opruimen. Met tranen in mijn ogen herlees ik brieven waarvan ik nachten heb wakker gelegen, van geluk en soms omdat ze een overdosis liefdesverdriet veroorzaakten. Toch gooi ik ze niet weg. Dat lukt me wel met brieven van afzenders die me nog slechts vaag bekend voor komen. En verder met stukgelezen romannetjes, onderwijskundige boeken uit de tijd dat kinderen nog keurig in rijtjes van twee bleven zitten, babymaillotjes met een gat erin, oerlelijke kerstversiering en matrassen met gore vlekken.

Mijn schat zegt gewoon: “Hebben we dit nog nodig? Nee? Dan kan het weg!” Hebben we het nodig?? Vast niet maar wat heeft een mens nou echt nodig? Eten, warmte, liefde, slaap, kleding, een thuis? Heb ik allemaal. Een lekker muziekje, wat vermaak? Een telefoon of computer om contact te houden met de buitenwereld? Check! Dan kan er nog steeds een heleboel weg.

Om het project ‘nieuwe slaapkamer’ wat tempo te geven begeef ik me toch maar weer naar de zolder. Tussen de rommel valt mijn oog op mijn oude stereo met pick-up. “Schatje wanneer ga je dat gebruiken?” “Nu.”, zeg ik triomfantelijk. “Ik ga plaatjes draaien.” Diep in mij schuilt een heuse dj. In mijn volgende leven ga ik daar werk van maken. Met verbazing in zijn ogen kijkt mijn, toch zeven jaar jongere lief, mij aan. Ik heb een singeltje in mijn hand. Het komt uit de jaren zestig en is afkomstig van mijn tantes. Ooit gekregen bij wasmiddel. De nostalgie druipt er vanaf. Mijn zusje en ik hebben meer dan dertig jaar geleden de dialogen van Loekie, Riekie en Wiekie en hun neefje Biotex uit ons hoofd geleerd. ‘Grote Griebels Loekie, jij bent tenminste op de hoogte van de hitpuree’ “Jans… dit…kan toch niet!”

Een dag later komen er vreemde geluiden van de zolder. Mijn mannetje is aan het schilderen en het lijkt wel alsof hij een heel leger smurfen heeft uitgenodigd. Ik loop de trap op en hoor vaag iets bekends. “Ben jij plaatjes aan het draaien?”, zeg ik en kan mijn lach moeilijk onderdrukken. “Ja, maar die Bob Dylan maakt best rare muziek hoor!” Ik zet het schuifje van 45 naar 33 toeren en het herkenbare nasale geluid van Bob, vult de ruimte. Mijn schat kijkt me niet begrijpend aan. Klein generatiekloofje, is niet erg!

Onze kinderen willen even geen tv , computer of tablet. Zelfs tijdelijk geen verhaaltje voor het slapen gaan. Ze willen plaatjes draaien van Bio-Tex. Grote Griebels, weggooien?  echt niet!

 

Druk

“Eej, wa bende gij aan het doen? Gij pakt boodschappen in die ik hillemal nog nie gescand heb. Das lekker!” Ik sta bij de Jumbo, voorheen C1000, en de kassamevrouw heeft weliswaar een omscholingscursus gehad, maar nu vervalt ze in haar oude gedrag. Ze heeft gelijk. Ik sta, in gedachten alweer op het schoolplein om mijn kinderen op te halen. Ik schaam me rot. “Zegelkes vur een avondje uit?”, vraagt ze met één oog opgetrokken. “Mijn lijkt da gij da wel kent gebruike.” “Eh, ja”, mompel ik en snel verlaat ik de winkel.

Ik reken mezelf voorlopig nog niet tot de dementerenden. Met twee kinderen, een huishouden en twee banen is er gewoon veel te doen. Een paar uur meer dan de gebruikelijke vierentwintig, zou best fijn zijn. Mijn dag begint doorgaans ergens tussen half zes en zes uur met de tekst:  “Mama, wil jij mijn billen afvegen?” Mijn vijfjarige zoon weet wel dat dit een onchristelijk tijdstip is om te poepen  en dat hij beloofd heeft om na zijn verjaardag zijn billen zelf te gaan schoonmaken,  maar in de praktijk gaat het anders. Dan volgt een aaneenschakeling van activiteiten in dienst van mijn mini’s. Altijd in onlogische volgorde. Altijd het één, terwijl ik het ander nog niet af heb. Kleren pakken, brood smeren, appels boren, boterhammen op de goede manier doorsnijden, handdoeken in gymtassen proppen, schoenen zoeken, luizen checken, foto’s in vriendenboekjes plakken en jongens-we –moeten-NU-echt gaan- want-anders…

Om negen uur lijkt het alsof ik er al een hele werkdag op heb zitten. Natuurlijk gaat het nog door. Poetsen met de Franse slag, verhalen schrijven, voorstellingen maken, workshops voorbereiden, toetsen nakijken, boodschappen doen, wassen, strijken( en ondertussen buikspieroefeningen doen), administratie, teksten leren, tafel dekken, Whats Appen, mailen, gitaar spelen, kinderen halen, brengen, zwemles, spelletjes doen, koken, vaatwasser inruimen, nogmaals luizen checken, voorlezen, onderstoppen..ehh

Om niet compleet gestoord te raken helpt maar één ding. Op tijd zorgen voor activiteiten waarbij je gedwongen bent alleen daarmee bezig te zijn. ’s Avonds sta ik me bij de Zumbales in het zweet te werken. Omdat ik mijn hele leven heb gedanst heb ik een klein streepje voor. Nieuwe pasjes zijn gesneden koek. De vrouw achter mij, in verwassen huispak,  denkt daar anders over. Ik zie haar worstelen en compleet uit de maat, de weg kwijt raken. Als wij naar links gaan, gaat zij naar rechts. Haar bovenlijf beweegt niet los van haar onderlijf,  waardoor ze lijkt op een uit de kluiten gewassen legopoppetje. Ik voel een column opkomen maar dat mag nu niet.

Levert dit nog niet genoeg ontspanning op,  wordt het tijd voor bovengenoemd avondje  met  bijvoorbeeld diepgaande gesprekken aan de bar, met close friends, die langzaam overgaan in slap gezever en dan thuiskomen met glimlach én attribuut. (ik heb niets gejat hoor, eerlijk gekregen). Vervolgens kan de alles –tegelijk- knop weer aan. Op naar de Jumbo. Zegeltjes halen voor het volgende avondje uit….