Kerstgedachte

“Ik denk dat ik bij de mooie meisjes in de rij ga staan!” De man van tegen de zestig heeft al een flinke borrel achter de kiezen en toch is het pas negen uur ’s ochtends. Zijn groezelige gezicht en verwarde haardos verraden een korte nacht. Zijn ogen lachen maar zien waarschijnlijk niet alles meer,  want ik zie er niet bijzonder fraai uit.

Ik sta in de rij bij de kassa van de Albert Heijn en probeer me te focussen op het inpakken van mijn boodschappen, maar de man blijft mijn aandacht trekken. Ziet hij dan niet dat mijn wallen bijna op de grond hangen? Oorzaak: een lange, hilarische, ik- kan- daarna- van-de- adrenaline- niet -slapen –repetitie. Ziet hij dan niet dat ik een halve koortslip heb? Ziet hij dan niet dat mijn hormonen de komst van een paar heerlijke dagen aankondigen?

Nee dat ziet hij niet! “Kijk toch eens naar haar”, zegt hij tegen de caissière die bijna omkomt van de plaatsvervangende schaamte. “Kijk eens hoe ze haar boodschappen staat in te pakken. Die maakt iets van het leven, dat zie je zo. Zij gaat een fantastische kerst beleven met haar geliefde!” In stilte maakt de kassamedewerkster zich zorgen om mijn welbevinden maar met mij gaat het prima, ik vind het puur amusement. “Jullie vragen je natuurlijk af”, gaat hij verder, “wat doet die gek hier, want ik woon in Malaga maar ik doe aan mantelzorg voor mijn moeder, dat doe ik gewoon! Eén dag dan hè want dat is meer dan genoeg.”

Opeens denk ik aan het stinkdier uit het prentenboek dat ik in de klas heb voorgelezen. Het is Kerstmis bij Otter en Wasbeer en Stinkdier mag niet binnenkomen. Zo’n stinkerd in huis zou de sfeer danig verpesten. Alle kinderen roepen in koor dat zij zoiets nooit zouden doen maar als ik het vertaal naar de mensenwereld valt het stil. “Stel, er staat op kerstavond een stinkende man voor het raam en hij barst van de honger, wat dan?” Daar moeten ze toch nog eens heel goed over nadenken. Die man staat nu achter mij.

“Blijf je altijd mooi maken, daar houden wij van!”, roept hij nog als ik betaald heb. “En een prachtige kerst!” “U ook!” roep ik en ik hoef geen moeite te doen voor een glimlach. ‘Misschien moet je beginnen met jezelf een beetje mooier maken’,  denk ik er achteraan maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Deze man is mooi van viezigheid. Je hoeft een stinkdier niet meteen mee naar huis te nemen, een klein beetje aandacht is al fijn. Vrolijk kerstfeest allemaal en meneer, dank u voor deze column….. !

Winter

Mijn driejarige zoon staat te stampvoeten in de sneeuw. Hij wil geen stap meer verzetten. Op het pad vóór ons is gestrooid en de sneeuw is  nagenoeg verdwenen. Ik sta, met de slee onder mijn arm, mijn geduld kwijt te raken. Mijn handen zijn ondanks mijn wanten door en door koud. We moeten een klein stukje lopend overbruggen maar dat vertikt ie. “Net als opa!” , zegt hij snikkend maar ik vind het alles behalve zielig. Mijn vader heeft bedacht om mijn zoon met slee en al op te tillen bij de sneeuwloze stukken maar dat vertik ik dan weer.

Een paar jaar eerder. Het glazen huis staat in Eindhoven en dat willen we live zien, althans ik. Met een dik ingepakte, twee maanden oude,  baby in de kinderwagen en een klein meisje van amper twee sta ik op de Markt te staren naar Giel Beelen en Dennis Weening. Opeens begint mijn meisje, heel hard te huilen en dat is dan weer wel zielig. Ik heb haar keurig een muts, sjaal en handschoentjes aangegeven maar ze staat te bibberen van de kou. Ik denk dat de rubber laarsjes aan haar voeten niet erg goed scoren bij goed moederschap.

Vele jaren hiervoor. Ik lig met mijn benen omhoog in de nepsneeuw. Ski’s nog half aan. Ik heb het skiliftje wel  vastgegrepen maar natuurlijk ga ik, tot ergernis van de skileraar, genadeloos onderuit. Ik weet niet of dit al de druppel is maar hij heeft zich al vanaf het eerste moment geïrriteerd. Kon het werkelijk niet aanzien hoe ik, nul ervaring, bezig was met het persen van mijn kuiten in een paar skischoenen. En dan is dit nog binnen. Kans op het ooit uitvoeren in de buitenlucht uitgesloten.  Tot grote spijt van mijn lief bij wie dit wel met de paplepel is ingegoten.

Mijn sterrenbeeld is leeuw en mijn karakter heeft zich daar heel fijn op aangepast. Ik aanbid de zon en als die te zien is, zorg ik dat ik zoveel mogelijk stralen meepik. Als in de zomer de mussen van het dak afvallen en de mensen zuchtend en puffend door het leven gaan, nestel ik me languit op een zonnebedje. Ik loop nou eenmaal liever rond in een luchtig zomerjurkje dan dat ik mezelf toe moet takelen met vier lagen kledingstukken. Nog altijd hoor ik mijn moeder zeggen: “stop je hemd nou eens in je onderbroek!”. Het klinkt niet alleen onaantrekkelijk maar dat is het ook. Een leeuw begeeft zich nou eenmaal niet graag op glad ijs. Ander probleem: wintertenen. Volgens grootmoeders wijsheden moet je daar gewoon overheen plassen….dusss…Geduldig wacht ik op het voorjaar. Compenseer met een warm bad, ‘guilty pleasure films’, chocola en ‘Winter’ van Tori Amos.

Mijn dochter brengt met de klas een bezoek aan de schaatsbaan. Ze loopt houterig met de botjes over het ijs en valt dan nog om. ‘Ojee, that’s me’, denk ik, en vind het oprecht jammer voor haar papa. Maar ja, wat wil je ook, ooit wel eens een boogschutter on ice gezien?

Luizenbaan

“Jij hebt toch een fijn baantje hè, nu mag je weer met je luie kont in de bus gaan zitten. Uitstapje,  en dat noemen ze dan een ‘werk’dag!” Nog steeds krijg ik niet zelden dit soort opmerkingen naar mijn hoofd. Sommige mensen hebben echt geen idee wat het inhoudt om leerkracht te zijn.

Niet dat ik dan ook maar enigszins de illusie heb dat ik het uit kan leggen, maar doe ik toch een poging. Werkdag 7.40 uur: ik stap de school binnen en het brandalarm gaat af. Ik ben zowel techneut als acrobaat maar ik weet het geluid te stoppen. Snel naar de klas. 8.30 uur: “Juf, hoe laat komt de bus? Juf wanneer gaan we fruit eten? Juf ik moet plassen.” De spanning is van hun snoetjes af te lezen. 9.30 uur: Twee aan twee staan ze te stuiteren op de speelplaats. Uit de bus is zojuist een Piet gesprongen. We gaan, eindelijk. De kinderen in het harmonicagedeelte van de bus gieren het uit. Het lijkt wel een kermisattractie. Ik ben heel blij dat ik daar niet zit, best gênant,een kotsende juf. Achter mij kijkt een, anders redelijk druk manneke, in trance uit het raam.

10.45 uur: aankomst  Sinterklaaskasteel. Onze stagiaire mag niet mee naar binnen, dat is niet volgens protocol. Gelukkig vindt de organisatie het ook te ver gaan om haar alleen in de bus achter te laten. De kinderen kijken hun ogen uit in het prachtige kasteel. Ze hebben geen tijd om te klooien. Stipt om de zeven minuten gaat de bel om naar de volgende ruimte te gaan. Mijn collega is erg verbaasd als een van de Pieten haar herkent. “Ik ken hier niemand.”, fluistert ze. “Ik denk,” fluister ik terug, “dat het komt omdat je een naamsticker op je jasje hebt.”

11.45 uur:  Terug naar school, we zijn compleet. Opluchting. Stel je voor dat er een op de wc is achtergebleven of onder het bed van Sinterklaas. 13.30 uur: “Juf ik ben moe!”, zegt een meisje terwijl ze op mijn schoot kruipt. ‘Ik ook’, denk ik. Voor mij ligt nog een stapel werk te wachten. Nakijken, formulieren invullen, lessen voorbereiden, verslag van een oudergesprek maken. 17.05 uur: Klaar? Nog lang niet maar ik stop ermee voor vandaag. Mijn hoofd zit vol, eigenlijk nog geen pauze gehad.

20.30 uur: Oudergesprek van mijn eigen kinderen. In de hal van de school zit een vader, wijdbeens, boos te kijken. De juf van mijn zoon staat met rode wangen in de deuropening. De man gaat behoorlijk tekeer. Hij wacht al een kwartier. “Plan dan meer dan tien minuten per ouder, wat een belachelijke organisatie!” Tuurlijk meneer, tijd zat!  Ik moet de juf helpen en verdedig ons vak. Dan richt hij zijn vernietigende blik op mij. Onherstelbaar kapot is het. “Waar bemoei jij je mee stomme doos?” Ik zie het hem denken maar dat kan me niet schelen.  Hij zal weten dat dit alles behalve een luizenbaan is. En ja, daarnaast hebben we plezier ja! Knap hè?