De Hofnar

“Baan vol met dromers ik droom met je mee, baan in het onderwijs is wel oké.” Langzaam zingen we de laatste regels van het laatste liedje en ik voel kippenvel over mijn rug lopen. Een daverend applaus, het zit erop maar wat een belevenis: spelen voor een volle zaal in een echt theater. Doel: zeker wel bereikt!

Zondagmiddag 12.30 uur. Overenthousiast staan we met al onze attributen en kleding, boerend en scheten latend, voor de gesloten deur. Gelukkig is daar stagiair Nick en al gauw volgt lichtman Hein met de koffie en de thee. We hebben ruim de tijd om de adrenaline over ons hele lijf te verdelen en installeren ons als echte artiesten in de kleedkamers. Vrouwen links, bij de spiegels met echte theaterlampen, man rechts. We oefenen nog wat, eten M&M’s en keelsnoepjes en drinken cola om nog hardere boeren te kunnen laten.

Tegen half vier krijgen we van geluidsman Hans-Jacob onze headsets. Vakkundig worden de draadjes over onze rug geleid (lekker hoorJ) en als er ergens iets los zit heeft hij dit in no-time voor ons opgelost. Daar kunnen ze bij het Brazzo nog iets van leren. Tijdens de doorloop zien we al een voorzichtige glimlach op de gezichten van onze techniekmannen en weten dat het goed komt.

We verlaten het theater en brengen onze pauze door in een veredelde friettent. Helaas is het zondagavond en puilt de zaak uit van mensen die hier duidelijk vaker komen. Lege blikken, wallen tot op de grond, te strakke takko-achtige-truien met dierenprints. Genoeg stof voor een nieuwe sketch. Omdat we weinig tijd hebben spreken we een ‘serveerster’ aan. “We weten wat we willen eten.” “Dat is fijn voor jullie”, zegt ze met weinig gevoel voor communicatie, “maar ik kan jullie niet opnemen.” (we willen echt niet naar het ziekenhuis hoor) “ik heb”, zegt ze terwijl ze met twee handen van boven naar beneden op haar lichaam slaat, “ook helemaal geen papier om iets op te kunnen schrijven.” Dusssss. Natuurlijk staan we op tijd weer buiten en kan het echte avontuur beginnen.

Jaren lang heb ik hier van gedroomd en opeens is het zover. Samen met vijf fantastische spelers. De mevrouw achter de bar heeft ons nog maar eens op het hart gedrukt dat handdoeken met Hofnarlogo niet voor amateurs bedoeld zijn maar daar denkt de directeur gelukkig heel anders over. Wat nou amateurs??? Pieter bezorgt ons wijntjes voordat we gaan beginnen. Vraagt ons hoe we de zaal zo vol hebben gekregen. De voorstelling loopt als een trein. Mede ook dankzij de techniek, hoe professioneel wil je het hebben. “Heb jij je pauze-appeltje wel helemaal opgegeten?”, vraag ik aan Hans-Jacob. Hij kijkt me aan met een onbegrijpende blik, heeft even helemaal niet door dat dit bij de act hoor. “Pff “ zegt hij lachend, “nu begin ik jullie toch wel echt een beetje moe te worden.!”

Triomfantelijk lopen we met de handdoek onder onze arm de foyer in. Geweldige reacties. Wat een warm bad hier! Dankjewel Hofnar, dankjewel Hofnar voor deze onvergetelijke dag. Tot de volgende keer.

 

ADHB

“Hoi, ik ben Janske en ik doe mijn spreekbeurt over de basisschool.” Hoe vaak ik die zin al heb uitgesproken weet ik niet. In mijn armen ligt een stenen beeld, van een van de drie koningen,  uit de kerststal, die op het podium staat van de school waar we aan het repeteren zijn. Deze koning heeft al voor heter vuren gestaan want er is een stuk van zijn baard af en ik weet ook nog precies wanneer dat gebeurd is, ’s nachts, heel lang geleden toen  ‘de oppas aflossen’ nog uit een andere wereld leek te komen. Naast mij hangt een andere koning aan de borst van een van mijn medespeelsters . We proberen serieus te zijn maar in plaats daarvan pissen we bijna in onze broek van het lachen. Dit tot gespeelde ergernis van de enige man in ons gezelschap. Nog zes weken te gaan, wacht maar de stress zal echt nog wel komen.

We nemen zeer amateuristisch een liedje op. Het geluid van omslaande bladzijden op de achtergrond doet ons besluiten om het toch maar live te doen. We fotograferen onszelf met zeer onaantrekkelijke gezichtsuitdrukkingen, we schaven aan sketches omdat het gevatter moet dan de vorige keer. We overwinnen hier en daar nog wat schaamte en we roepen een onderwijsgoeroe in het leven. Gestaag zien we de zaal van De Hofnar vollopen. Elke keer stellen we onze verwachting naar boven bij, 100, 200, 250, 300, 350, UITVERKOCHT?

Twee weken voor de voorstelling. Repetitie met minipubliek. En dan zijn daar de kriebels. Gezonde twijfel slaat toe. We worden weer fanatiek. Minipubliek is enthousiast, yes! De lachmomenten verrassen ons en dat is goed. De trein is vertrokken. Eindbestemming: Zondag 25 januari 23.00 uur.

Gesprek met de techniek. Een beetje afwezig klapt de man, die onze steun en toeverlaat gaat worden, zijn laptop open. Op zijn gezicht een vage, vriendelijke glimlach. Hij vindt ons waarschijnlijk schattig…ahh die amateurtjes toch. Ik heb het gevoel dat het deze keer wel goed komt met ons en de techniek. Wij komen nergens vandaan en dan is het al snel goed. Opeens krijgt onze benjamin last van sterallures. Ze wil blauwe M & M’s  en halfnaakte mannen die met palmbladeren wuiven. Weer datzelfde glimlachje op het gezicht van onze techniekman. Nou, dat was het wel, gaat helemaal goed komen. O ja, nog één ding. Ik heb het eruit gegooid voordat ik erover na kan denken. “Krijgen wij na afloop ook zo’n mooie handdoek met Hofnarlogo?” De handdoeken zijn in plaats van bloemen en bedoeld voor de grote namen, niet voor amateurgezelschapjes zoals wij. “Dat denk ik wel”, zegt de weinig spraakzame techneut. “Als jullie meer dan 300  man publiek meebrengen moet ook dat geen probleem zijn.”

De trein is ver over de helft. Op naar het moment dat we, ieder voor zich, moe maar voldaan, met een handdoekje onder onze arm het perron verlaten. Al plannen makend voor het volgende avontuur…

Laatste stukje van deze reis meemaken?  Bestel dan heel snel je kaarten op www.hofnar.nl!

Olaf

“Mama, jij lijkt op Olaf.”, zegt mijn dochter als ik net wakker ben. Ze is naast me in bed gekropen en heeft, heel lief,  een kus op mijn voorhoofd gedrukt. Voor wie geen idee heeft: Olaf is een figuur uit een Disney film,  Olaf is een sneeuwpop. Olaf is een sneeuwpop die je uit elkaar kunt halen. Hij heeft geen onvriendelijk gezicht, dat niet, maar hij kijkt wel behoorlijk onnozel uit zijn ogen…en bedankt voor het compliment. Hij bekijkt het leven positief  en ook niet geheel onbelangrijk: hij aanbidt de zon, dus vooruit: ik aanbid hem.

Ik hou niet van sneeuw, nog steeds niet. Neem afgelopen Kerst. Kom dan op tijd. Nee, meneer Sneeuw, of is het mevrouw Sneeuw, besluit op derde kerstdag naar beneden te komen. Volle bak, dat dan weer wel ,maar dit is de dag dat ik mijn nichtje beloofd heb om met mijn dochter en mij naar de stad te gaan. Mijn lief raadt ons, terwijl hij samen met onze zoon languit op de bank ligt, aan om met de bus te gaan. We pakken ons goed in, laten de paraplu thuis want daar hebben we alleen maar last van, en de bus komt zo. Dapper glibberen we door de prut en incasseren de sneeuwbommen die uit de bomen naar beneden storten. Een half uur later zijn we doorweekt en ontbreekt ieder spoor van de bus.

We lopen naar een andere halte aan de doorgaande weg maar ook daar weinig succes. Enkele meters verderop lokt de ‘toekan’. Ik bedenk me geen twee keer en sleep de meisjes mee naar het Hotel. Ze bibberen van de kou. We zijn anderhalf uur, maar nog geen 500 meter verder. De warme chocomel en dikke slagroomsoes toveren algauw weer een glimlach op onze gezichten. Natuurlijk vinden we een redder in nood en bereiken we toch nog ons doel. Op naar de koopjes, door het moeras, zoals de meiden de moddersneeuw noemen, en we vinden ze. Sjaaltjes, glitters, oorbellen. Alleen de mascara laten we maar liggen, ze zijn pas zeven en acht…Gillend van het lachen komen ze met een bh aanzetten, met hartjes, voor mij.

Ze krijgen pas weer kleur op hun gezichtjes als ze een uur in een warm bad gezeten hebben met een berg schuim. Ik vraag me af of dit wel het uitje was waar mijn nichtje zich op verheugd had maar daar kan ik nu toch niets meer aan veranderen. Een week later komt ze thuis en vertelt tegen mijn zus dat ze een verhaal over de kerstvakantie heeft moeten schrijven. “En waar gaat jouw verhaal over?’’ “Met Janske en Anna naar de stad! Het sneeuwde en de bus kwam niet, toen gingen we naar de Toekan. Het was heel leuk. “ Kijk, daar wordt een ‘Olaf’ als ik gelukkig van. We hebben van niks iets weten te maken en dan is de sneeuw zo gesmolten…

 

Mini

De autodeur zwaait open. Het regent een beetje. Het eerste wat ik zie is een stuk been, bedekt met een dikke, huidskleurige panty, gepropt in een open rode schoen. Het been behoort toe aan een grote, hoogbejaarde vrouw. Haar wangen hebben een onnatuurlijke , oranje kleur,  maar dat blijkt foundation. Op haar hoofd een regenkapje. De afstand van de auto naar de ingang van het hotel is nauwelijks twee meter maar ze MOET het kapje op. Haar oudste kleinzoon gaat trouwen en dat je er dan onberispelijk uitziet staat als een paal boven water.

“’Condoma’, has arrived!”, zegt mijn lief. Met veel bombarie betreedt ze de hal. Ze wil graag NU wat drinken. Schandalig dat er niemand bij de bar of  de receptie is om de gasten te ontvangen, vindt ze. Bitter Lemon moet ze hebben want anders sterft ze letterlijk van de dorst. Als er eindelijk iemand, zich verontschuldigend voor het lange wachten, de bestelling op komt nemen, zegt mijn schoonzus: “voor u een Bitter Lemon hè oma?” “Bitter Lemon?”, antwoordt ze vol afschuw, “ik drink nooit Bitter Lemon, dat lust ik helemaal niet. Gatver!” We weten met z’n allen niet of we moeten lachen of huilen maar de eerste van een stapel vol herinneringen aan de overgrootoma van mijn kinderen is een feit.

Eenennegentig is ze inmiddels. Ze heeft al veel meegemaakt. Haar beide kinderen leven niet meer en ze moet ook een van haar vier kleinzoons missen. Ze zit al een flink aantal jaren alleen in een groot huis en dus verdient ze wel wat krediet. Ze houdt vast aan haar eigen rituelen en als het anders gaat ontstaat er luidruchtige paniek. Ze houdt zielsveel van wat haar dierbaar is, dus proberen we haar te laten begaan.

Dat dat niet altijd lukt zie ik afgelopen kerst. We zitten  bij mijn zwager en schoonzusje aan de gourmet. Met veel passie heeft oma een grote lap kaas op de bakplaat gegooid. Met kippenvel op mijn rug aanschouw ik het smeltfestijn. Opeens ligt er een lel kaas op mijn bord. “Je moet proeven!”, zegt Mini (want zo heet ze), “want als je niet proeft weet je ook niet of je het wel of niet lust. “ Ik begin heel hard te lachen en zeg dat ik dat echt niet ga opeten. “Het moet!”, probeert ze nog eens en dat is de druppel voor mijn nichtje van vijf. “Oma!, als Janske dat niet lust hoeft ze het echt niet te eten hoor!” Het liefst wil ik opstaan om het meiske te knuffelen.

Ooit, als ze er niet meer is en het eerste verdriet een beetje gezakt is zullen we glimlachend terugdenken aan haar bijzondere acties en kracht. Lappen kaas zal ik er niet van gaan eten, veel te lang getrokken thee( dat moet want anders is het geen thee) zal ik er niet van gaan drinken maar een beetje overtuigingskracht dat is wel mooi. En de liefde natuurlijk…