Sterk

Vol afschuw kijkt onze zoon naar de spitskool met roomsaus op zijn bord. Het is maar een klein beetje maar voor hem is het een onmetelijke slijmerige klodder die hij zeker niet weg gaat krijgen. Ik vind het zielig en dat weet hij. Hij laat zijn onderlipje al theatraal trillen om het nog meer kracht bij te zetten. Ik ben echt niet zo toegeeflijk als het nu lijkt maar als ik zie wat andere kinderen eten, mag ik zeker niet mopperen.

Vijfenhalf is hij nu. Zijn kleuterlijf is hij al aardig kwijt aan het raken. Hij is geen voetballer, houdt niet van auto’s  en  vechtmonsters (thank god), hij is erg knuffelig maar toch vindt hij genoeg manieren om te laten zien dat hij gevuld is met testosteron. Hij flaneert het liefst, naar zichzelf kijkend, in zijn boxershort door de kamer. Hij bouwt de hoogste torens, kan het hardste rennen (mwa) en is het allersterkst van de hele wereld. Met zijn blauwe oogjes verleidt hij bijna iedereen, vooral meisjes en vrouwen, van alle leeftijden.

Nog een gerecht waar hij niet zo dol op is: boerenkoolstamp. Ik verdenk hem ervan dat hij het best lust maar dat het uiterlijk hem gewoon niet zo aan staat. Ik schep met een neutraal gezicht een beetje op. Hij zit al startklaar om zijn acteerkunsten in te gaan zetten maar ik ben hem voor. Ik gebruik het stomste cliché allertijden en zeg dat hij heel sterk wordt als hij het opeet. Een seconde kijkt hij mij verbaasd aan maar dan zie ik een twinkel in zijn ogen. Het werkt!

“Wat eten we vanavond?” “Spinazie”, zeg ik want ik heb een missie. Al vanaf baby tuft ons manneke deze groentesoort gewoon uit. “Dat vind ik echt heel vies hè mama?” “Ja, dat vind jij echt heel vies!” “Of zitten daar ‘sterkers’ in? “ “Nou en of!” , zeg ik en ik voel de overwinning al. Ik parkeer hem voor een filmpje van ‘Popey the Sailorman’. Als er een blik spinazie wordt opengetrokken en de armen van Popey worden zes keer zo dik, kruipt ons ventje bijna ín het beeldscherm. Missie geslaagd.

Na het eten kruipt hij op mijn schoot. Hij heeft in zijn eentje een halve pak spinazie opgegeten. Hij kromt zijn armpjes en ik moet voelen. “Sterk hè?” Hij wordt groot, hoe klein hij ook nog is. Ik kijk naar zijn oogjes en voel een sentimentele traan opkomen. In een flits zie ik hoe hij er straks uit zal zien. Een lange, knappe, sterke vent. Zijn arm om een meisje heen. “Wil je weten hoe ik zo sterk ben geworden?” Het meisje lacht. Ik zie haar denken: ‘leuke vent, achterlijke moeder!’

Troep

Troep. Ik kan er eigenlijk niet tegen, word er hartstikke onrustig van maar toch maak ik me nog steeds schuldig aan het in huis halen ervan. Kinderen en man (ook al zegt hij van niet) doen graag hun duit in het zakje, met bergen tekeningen en onnozele hebbedingetjes. Inmiddels ben ik koning in het subtiel weggooien en onder-in-de-oud-papier-bak-proppen van half complete kunststukken maar wat er door de achterdeur uit gaat, komt er door de voordeur weer in, in een andere gedaante dat wel.  Zeg nou zelf: ik kan toch moeilijk nee zeggen tegen een doos originele harmoniehoofddeksels.

Troep. Na het zien van deze gelijknamige voorstelling zal niets meer hetzelfde zijn. Behalve dat ik gesmuld heb van de professionaliteit en originele ideeën van  ‘Firma Mes’ zal ik voortaan twee keer nadenken voordat ik nieuwe troep mijn huis binnensleep.  De hele toneelvloer staat vol met spullen. Spullen, verzameld in de jaren die voorbij zijn en waar je werkelijk niets aan hebt en toch is het een zorgvuldig samengesteld geheel waarbij niets aan het toeval is overgelaten. Gedaan door een decorspecialist. (aandachtspunt 1 voor ons eigen theaterclubje…)

De vraag is of je kunt leven met acht spullen. Grappige sketches tot op het detail goed uitgewerkt. (aandachtspunt 2 en 3: timing en een echte regisseur) Wat zou ik kiezen? Telefoon, spijkerbroek, laarzen (telt als 1), t-shirt, jasje, notitieboek, pen, onderbroek en een gum. O nee, dat zijn er al negen, laat die gum dan maar zitten,  ik was die onderbroek zo wel (zonder wasmiddel). Ja dat was het wel. Hoewel…zou een gevulde toilettas als één ding tellen? Ik ben misschien een soort plekkees maar op mezelf ben ik toch wel zuinig en ik wil gewoon naast iemand kunnen gaan zitten. Conclusie: Niet te doen en toch zijn er mensen die zonder bezittingen leven.

Troep. Twee dagen later sta ik bij de Albert Heijn. Mijn oog valt op de Sandwichformer die in de aanbieding is. Leuk denk ik heel even maar geen haar op mijn hoofd die denkt aan aanschaffen. Het ding is totaal overbodig en dus troep. Thuis open ik mijn doos met attributen-die-ik-ooit-nog-wel-eens-voor-een-voorstelling-zou-KUNNEN-gebruiken. Misschien moet ik hier een carnavalspak van maken. Dertig spullen worden één en als ik wat kwijt raak tijdens het van kroeg naar kroeg gaan dan is dat juist goed. En straks hebben wij een decorspecialist die voor ons naar de kringloopwinkel gaat om de troep TIJDELIJK aan te schaffen. Heerlijk.

Met acht spullen ga ik het niet redden maar misschien wel met acht…acht..eh dingen die je niet van materiaal zijn, zeg maar. Dingen die je voelt en alleen ziet als je goed kijkt. Ik bedoel: Mijn liefkes om mij heen, een handjevol soulmates, de zon, muziek, inspiratie, rust, mooie dingen maken (ook met een handjevol soumates) én Chocola…o nee dat is ergens van gemaakt, doe dan maar plezier, heel veel plezier. Zie je wel het kan heel goed, leven met acht…….

Binnenspeeltuin

Binnenspeeltuin

“Mag het geluid uit?”, vraagt mijn lief aan een van de serveersters. “Kon dat maar,” zegt ze vriendelijk maar de wens dat het echt mogelijk zou moeten zijn is duidelijk hoorbaar.  We zitten, voor de verjaardagen van opa en overgrootoma aan een lange tafel bij een binnenspeeltuin. Wel een van het betere soort, daar waar je alleen betaalt voor de consumpties.  Het is zaterdagmiddag en dus zijn er ook veel kinderfeestjes. Het gekrijs is bijna niet om aan te horen, het aantal kinderen veel en veel te groot.

Overal zie ik bezwete voorhoofden, rode wangen en betraande gezichten. Ik vraag me af hoeveel tranen er hier per gemiddelde zaterdag vloeien en of je daar, als je ze op zou vangen, helend badzout van zou kunnen produceren. Binnen tien minuten komt de eerste van onze zes oogappeltjes huilend aanlopen. Mijn schoonbroer  stuurt zijn dochter resoluut terug de speeljungle in. Niet miepen, dat is het devies. Als ook even later zijn zoon brullend naar hem toe komt zegt hij: “deel maar een paar rake klappen uit, dan is het zo over!”

Nog wat later is het de beurt aan mijn zoon. Mijn schoonzusje geeft hem liefdevol een hand en gaat met hem mee naar het hol van de leeuw. Dit helpt heel even want opeens staan er drie kinderen van ons te huilen. Een jongetje met een wit hemd heeft mijn zoon een rotschop gegeven en dan is de maat vol. Mijn pedagogische kwaliteiten verlaten mijn lichaam en ik zal zorgen dat meneertje terror zijn lesje leert. Bij het speeltoestel staan nog meer huilende kinderen. Er staan ook nog een vader, op zoek naar hetzelfde rotjong. Er blijken 100 jongetjes met een wit hemd dus dat is lastig zoeken. Ik laat het er niet bij zitten en spreek een medewerkster aan. Zij aarzelt geen moment en klimt, samen met een spion, het klimrek in. Een heuse klopjacht is begonnen.

Na enkele minuten heeft ze hem te pakken. Hij moet sorry zeggen. Zijn ouders blijken thuis te zitten, hij is mee met een kinderfeestje. “Ja, ze waren mij aan het uitdagen”, zegt hij dramatisch terwijl hij de tranen uit zijn ogen perst. Ik pak hem bij zijn pols en zeg: Zo, gaan wij hier niet met elkaar om, begrepen? “ En tegen de met lege blik toebedeelde moeder van de jarige job: “zeg maar tegen zijn ouders dat hij zich als een achterlijke gedraagt!” De vader van het feestvarken trekt dit op zijn fatsoen en zet het joch op een stoel . Net goed. Blijf met je tengels van onze engeltjes af!

Wat een feest. Moe maar voldaan zitten onze kinderen in de auto. Ze hebben genoten. Van heerlijke pannenkoeken, pizza’s en smurfenijs. Van een heerlijk speelparadijs.  ’s Morgens aan het ontbijt raken ze er nog niet over uitgepraat. “Er was ook nog een meisje hè mama”, zegt mijn dochter met grote ogen, “die zei hele stoute woorden, die zei stom kind tegen mij!”  Ik glimlach en hoop dat ze nog lang gelooft dat zoiets heel stout is.