Den Haag

“Iemand een broodje omelet?”,  vraagt een van mijn vriendinnen als we nog geen drie minuten onderweg zijn. “Ik dacht ik zal maar even wachten tot we op de snelweg zitten.” Het is tien over elf maar ach, een broodje is nooit verkeerd. Voordat we op de plaats van bestemming zijn moet alles op dus we kunnen maar beter opschieten.  In een recordtempo worden ook een aantal one-liners-for-the-weekend geboren. We roepen, als een stel ouwe wijven,  ‘oeiiiiiiii’ bij  het aanschouwen van de schade na een botsing. Deze opmerking blijkt uitermate geschikt voor allerlei situaties.

Haags Gemeente Museum. “Waar komen jullie voor?” “Anton Corbijn” antwoorden we zelfverzekerd om vervolgens de afslag  naar de Romantische mode te nemen. De jurken zijn prachtig…sommige althans, er zitten er ook tussen die op een nachthemd lijken. Als kleine meisjes zien we onszelf er, in gedachten, al in rond schrijden.  De pruiken daarentegen zijn bijzonder lelijk en er, op het laatste moment- ‘ach nou zijn we de haren vergeten’- van een afstand, en met veel snelheid opgesmeten.

Na een lange koffie-en plassessie (daar praatten we vroeger toch nooit over…over plassen?) in de nieuwe hal met, volgens de kenners onder ons, stoelen die echt niet kunnen, wagen we ons nog aan het Delfts Blauw . Op deze afdeling neemt de suppoost haar taakje behoorlijk serieus. “Niet filmen! “ roept ze met lichte paniek in haar stem. “Ik maak alleen maar een foto hoor”, zegt een van ons verbaasd. “Waarom draai je dan rond??”  Ze blijft ons achtervolgen dus door naar het keramiek. Klapstuk uit de collectie: Een soort  openstaande blouse van klei met een blauw porseleinen hoofd erin. Om je kapot van te schrikken.  Tijd om het pand te verlaten.

Eind van de middag. Hotel Corel Scheveningen, vijfpersoons kamer. Over plassen praten we niet (oeiiiiii) en omkleden doen we niet, want dat doen we nooit! Ooit bij een andere gelegenheid heeft iemand ons het ‘stapak’ geïntroduceerd…erg verleidelijk maar toch houden wij het bij onze alles-in-een sta-zit en eventueel ligpakken. Tijd voor een lekker visje ‘recht uit de zee’ (geloven jullie het zelf?) De ober maakt een foto van ons maar die vinden we toch echt teveel 65 +..(oeiiii) en dat zijn we niet, dus maken we heel onhandig vijfentachtig selfies  waar we standaard niet allemaal oppassen.

De avond valt. Crazy Piano’s. Moet je een keer meegemaakt hebben.  Lekker muziekje, fijn gezelschap. Het personeel is geselecteerd op een hoog arrogantiegehalte. Danst lafjes op de bar want de buit is toch al binnen. Mannen uit het zelfverzonnen ‘Oeffelt’ vlakbij Nijmegen schatten ons veel jonger dan we zijn (jippie, we zijn nog lang niet oud) en kunnen we,  los van dat ik genadeloos op mijn gezicht ga (opstapje gemist), om 3 uur ’s nachts tevreden in onze bedjes met bloemetjesdekbedden kruipen.

De volgende ochtend, liggen we als kleine meisjes op een rijtje tv te kijken in bed. Het is duidelijk. Soms zijn we  tien, of zestien, of veertig en soms vijfenzestig. Dat is een gemiddelde van achtentwintig….Mooi!

 

 

Nagoya

Als ze ons ziet, slaat ze van enthousiasme bijna de lamp van het plafond. Onze jongste speelster en meest zichtbare rebel zit al op ons gereserveerde plekje. Vanavond etentje van ons theaterclubje. Nog een paar restjes nagenieten van de laatste voorstelling en dan vooral door naar de volgende.

Sushi en aanverwanten. Lekker hoor maar nog nooit gegeten in een restaurant. Bovendien moet dat met stokjes en dat kan ik gewoon niet. Ach stel je niet aan, dat wil je gewoon niet! Nee, echt , ik wil dat wel maar mijn motorische vaardigheden zijn niet toereikend. Gelukkig hebben ze oefenstokjes, in kinderformaat, met bloemenmotiefverpakking en elastiekjes aan de uiteinden. Voor mijn doen lukt het aardig want ik heb nou eenmaal niet hele kleine handen.

De wijntjes hakken er te snel in, we worden al aardig luidruchtig dus moet er water bij. “Wij hebben hier helaas geen kraanwater.” , zegt de jongen die serveert plechtig. “Wedden dat ik het ergens vind?”, wil ik roepen maar ik doe het toch maar niet. “We hebben bijvoorbeeld wel water uit een fles!” , gaat hij verder “Hoezo bijvoorbeeld?”  “Doe maar een fles!”,  zegt onze enige man om verdere achterlijke opmerkingen van ons te voorkomen. Ander onderwerp dan maar. “Wat betekent Nagoya eigenlijk?” Ai..hij heeft geen idee.

Zijn van origine Japanse collega verschijnt op het toneel. Ze wil ons graag nog wat wijn aansmeren maar we vinden onszelf zo wel grappig genoeg. Zij ook want ze komt niet meer bij. Tot ze al het overgebleven eten op onze tafel ziet. “Jullie eten niet goed! Dat doet zeer aan mijn hart!” Heel even lijkt het alsof ze wil gaan slaan maar ze besluit over te gaan op het aansmeren van thee. “We hebben Japanse thee maar die is niet lekker …die is nat (ja dat lijkt me duidelijk)…eh..naturel…en we hebben slaap lekker!” “Slaap lekker!” zegt onze ‘ik-ben-geen-rebel-maar-stiekem-toch. Het is flauw, dat vinden we zelf ook maar zij niet. De vrouw blijft er bijna in..hopelijk hoeven we haar zo meteen niet te reanimeren.

“Het is een Japans eiland.” , zegt de jongen. ‘Nagoya’.  Ja we zitten inmiddels aardig op een eiland en er spartelt een Japanse vrouw in de zee. Een eiland waarop we trouwens zojuist een ‘bijna –drenkeling’ hebben teruggehaald. Het wordt tijd om weer de zee op te gaan. Bovendien heeft er ook nog een bootje aangelegd. Uit dat bootje is een nieuwe ADHB-er gestapt. Is het een man? Ja natuurlijk is het een man! Wij zijn erg vereerd..Martijn welkom op ons eiland. Twee mannen dus? Jep! Cool hè?

Trossen los en gaan met die banaan. Ik zeg: Nagoya!

Eruit...

Het is midden in de nacht. Ik zit rechtop in bed, mijn hoofd bonkt, mijn keel is dik en het lijkt of er een hele rol prikkeldraad in mijn mond zit. Ik kan nog maar één ding denken: ‘haal er maar weer uit dat ding.’ Ik moet natuurlijk niet zeuren, hij zit er pas drie dagen in en ik heb het zelf gewild. Als de pijn wat gezakt is, is er nog iets anders waar ik héél erg aan moet wennen. Ik lijk wel een eekhoorn. Niet dat ik er opeens ook nog een pluimstaart bij heb maar van alles wat ik eet blijft er ¼ deel achter. Even doorsparen en ik heb zo mijn hele wintervoorraad compleet.

Het panische schoonmaken is er na een paar weken wel vanaf. Werkdag op school. 12.45 uur. Ik heb zojuist mijn brood en een stuk komkommer naar binnen gepropt, daarna heb ik keurig mijn surveillance volbracht en dan staat er een ouder voor mijn neus. Ze komt haar dochter ophalen voor logopedie maar wil ook nog wel een gesprekje. Ik breng mijn middag door met 24 kinderen en spreek ondertussen ook nog al mijn collega’s. Als ik om half vier eindelijk de tijd vind om even naar de wc te gaan en dus in de spiegel te kijken ontdek ik, rechtsvoor, het stukje komkommer. Het ziet er behoorlijk onnozel uit en het ergste is wel dat er 24 kinderen en 8 volwassenen naar hebben gekeken zonder….

“Als die beugel eruit is kun je zo meedoen aan het tv-programma: ‘Het mooiste meisje van de klas’ “ De man die deze opmerking plaatst ken ik vaag en ik heb geen idee wat hij eigenlijk wil zeggen. Ben ik nu dan niet om aan te zien mét? Heeft hij dat programma wel eens gezien? Dan hadden mijn tanden minstens twintig jaar geleden al recht moeten staan.

Wat een eeuwigheid leek te gaan duren is morgen alweer voorbij. Weg met het ijzer, de ragers, de fluorspoeling, zere kiezen en kapotte wangen. Welkom spalkjes en nachtbeugel (benieuwd hoe charmant dat zal staan) en dan toch eindelijk: welkom mooie rechte tanden!

En het ijzer?  Ik twijfel  nog even of ik het mee naar huis zal nemen. Ik ben met carnaval nog iemand tegengekomen die jaloers was op mijn plaatjesbeugel. Waarschijnlijk was hij ,door de drank, al zo ver heen dat hij hier nu niets meer vanaf weet. Maar stel dat ik het doe, ben ik dan dadelijk niet jaloers op hem? Of erger nog: dadelijk zit hij bij ‘De mooiste jongen van de klas’ en dat kan toch zeker echt niet door de beugel! Jans, je draaft door…ga nou morgen maar gewoon naar de tandarts.

Drella

Theater aan het Vrijthof, Maastricht, 19.40 uur. Compleet opgedirkte mannen en vrouwen lopen traag de trappen op. Dure jurken met bijpassende tassen, veel te veel Chanel parfum. Maar het kan nog trager: tachtig -plussers aan de arm van hun kind schuifelen in slow motion en met emotieloze blik het theater in. Haren: geen of witgrijs. Bij sommigen vraag ik me zelfs af hoe lang het geleden is dat ze overleden zijn.

Wanneer we de zaal in mogen is het al niet veel anders. Een mevrouw, ze zit blijkbaar naast ons, probeert tegen beter weten in met rollator en al haar plaats te bereiken. De wielen raken de nieuwe schoenen van mijn jarige en vele generaties jongere lief,  zijn gezicht spreekt boekdelen. Dan ben ik alweer afgeleid door het volgende tafereel. Ik denk echt niet dat ik ooit een vrouw gezien heb die zo ontiegelijk lelijk is. Haar hoofd en tanden zijn veel te groot, haar lippen veel te dik en haar ogen lijken op die van Patrick. Patrick? Ja je weet wel, die vriend van Spongebob. Naast haar, haar bibberende, stokoude vader. Ik weet niet of ze wel een echt mens is.

Als de muziek begint maakt mijn schat zich onmiddellijk zorgen over de bejaarden, voor wie dit, volgens hem, ongetwijfeld veel te heftig is maar ze zullen toch wel weten waar ze kaarten voor gekocht hebben. We kijken naar ‘Songs for Drella’ , Scapino Ballet. Liedjes van John Cale en Lou Reed, geschreven voor de excentrieke schilder Andy Warhol, omgezet in dans en afgewisseld met stressveroorzakende jazzmuziek. Is dat leuk? Leuk is Scapino niet, wel apart. Ojee apart, dat klinkt niet goed. In dit geval is het is duister, meeslepend, verrassend en met vlagen ontroerend. Geen beweging wordt aan het toeval over gelaten. Strakke lijven, prachtige beelden.

Andy Warhol. Het liefst zou hij hebben gehad dat iedereen dezelfde naam en hetzelfde gezicht heeft. Dan mag ik toch hopen dat het niet dat gezicht van die vrouw voor ons gaat worden..ik moet er steeds naar kijken. Sorry hoor maar ze is echt oerlelijk. Drella is Andy’s bijnaam. Een combinatie van Dracula en Cinderella. Zijn duistere en zijn zachte kant.

De volgende ochtend bij het ontbijt, van het toch niet heel goedkope hotel, duikt er opeens een onguur type op. Hij stopt alle theezakjes in zijn smoezelige trainingsbroek en neemt zoveel broodjes hij maar dragen kan en twee bakjes met fruit en yoghurt mee de lift in. De serveerster die de gasten verbaasd ziet kijken zegt sussend: “Wij weten ervan, het geeft niet.” Dan denk ik opeens weer aan de voorstelling. Het heeft me toch geraakt. Achter elke Dracula schuilt een Cinderella en andersom. Dat is zelfs zo bij deze zwerver en zelfs…

Nu snap ik het!  In haar haast haar vader op tijd in het theater te krijgen heeft ze haar Cinderella thuis laten liggen. Gelukkig maar, ik was even bang dat er echt zulke angstaanjagend lelijke mensen bestonden…

 

Moestuintjes

“D-i-l-l-ie…dillie? , zegt het vriendje van mijn dochter, “wat is dillie?” Ze zitten met z’n drieën bovenop de steigerhouten tafel- met spleten- in de woonkamer. Ze zaaien. Albert Heijn heeft weer een actie. Erg slim en ik moet zeggen, erg leuk ook. Het met water vullen van de aardetabletten is al een sensatie op zich. “Nou mag ik pletteren”, zegt mijn zoon tegen zijn ‘zwager’ wat inhoudt dat het tablet, dat inmiddels zes keer verdubbeld is, mag worden platgeslagen. Er ligt inmiddels  meer zand onder dan op de tafel maar ik doe net of ik dat niet gezien heb.

Eigenlijk heb ik helemaal geen geduld voor dit soort dingen. Mijn planten gaan meestal rotten omdat ze teveel water hebben gekregen en een tuin vind ik over het algemeen iets om in te gaan zitten als de zon schijnt. Natuurlijk hou ik van mooie bloemen of  kruiden die lekker ruiken maar ik word er heel gelukkig van als iemand anders die daar, met liefde,  voor mij heeft neergezet. Toch nu dus de verleiding en de niet-te-stoppen-aantrekkingskracht. Ik heb echt niet de illusie dat er straks een zelf gekweekte broccoli op mijn bord ligt. Ik zie de verslapte blaadjes al in het bloempotje hangen. Niks dat al ergens op iets van groente begint te lijken, maar om het enthousiasme van de kinderen kan ik sowieso niet heen.

“Mama!!!”  schreeuwt mijn dochter en ik sta praktisch naast haar. “De rucola is uitgekomen!” Blijkbaar mag de hele straat het horen. Vol passie wordt de bijbehorende poster opengeklapt en de ‘ontkiemsticker’  op de goede plek geplakt. Misschien moet de marketingkoning van de Appie eens met het Ministerie van Onderwijs gaan praten. Teach me how… De plantjes krijgen liefde en aandacht, niet te veel en niet te weinig licht…zeker te veel water (ojee erfelijk) dus neem ik die taak maar over. Volgens mij denken ze dat ze over drie weken een heuse groentewinkel kunnen beginnen.

Als ik in bed lig bedenk ik dat ik de moestuinpotjes ben vergeten water te geven. Ik dwing mezelf die gedachte te negeren. Morgenvroeg is tijd genoeg. Niet dus. Dan zie ik dat het radijsplantje met geweld bezig is om het zand opzij te duwen. “Kom maar schatje.” , zeg ik voor de grap maar ik ben toch blij dat niemand mij kan horen. Ik praat tegen een plantje! Stiekem duw ik het zand wat opzij. De volgende ochtend staat het plantje stralend rechtop. Kijk zo moeilijk is dat niet.

’s Middags hoor ik mijn dochter praten. “Kom maar naar boven met je kopje..kom maar”  Ze staat voor de bak met moestuinbakjes en pulkt met haar vinger het tweede radijsplantje naar boven. “Das zielig man”, zegt ze als ze mij ziet. “Die radijs zat helemaal klem in het zand!” Ik glimlach naar haar,  dan begrijp ik het doel. Die marketinggoeroe is zich er echt wel van bewust dat 80% van al die zaden niet verder gaat komen dan een groen blaadje maar het is de liefde..gewoon de liefde.