Bontjas

“Gij houdt toch zo van verkleedkleren? Dan heb ik iets voor jou, ik doe m mee pijn in mun hart weg mer  gij bent er blij mee dus vat m mar! Leuk voor een voorstelling of zo.”  Ik wil de verkering van mijn oom niet teleurstellen dus…Loodzwaar is ie en als je hem met Carnaval aan zou doen is ie alleen handig als je buiten iets van plan bent waarbij een warme jas wel kunt gebruiken maar eigenlijk is deze ‘soort van bontjas’ een blok aan je been.  

Vandaag ga ik er afstand van doen. Samen met mijn dochter sta ik voor het eerst in mijn leven op de vrijmarkt op een kleedje met een heleboel zooi.  We kijken onze ogen uit naar wat er allemaal voorbij scharrelt. Ze heeft mijn genen. Slaat alles op en verzint er voorvallen bij. Ik volg haar ogen en zie dat zij ziet wat ik zie. Een vrouw met hele dikke billen die achteloos op een stuk komkommer staat de knagen. Wat klopt hier niet? Even later zegt ze: “die vrouwen met die hoofddoekjes vinden alles te ‘doer’ terwijl het niks kost!”

De bontjas hangt keurig aan een nieuw gekocht kledingrek samen met nog wat andere verkleedkleren.  Er zijn wel mensen die er naar kijken maar ja, te zwaar en te warm. Dit blijkt dubbel waar te zijn als de wind ervoor zorgt dat het rek omwaait, in twee stukken breekt en ik er ook nog eens mijn hand aan openhaal. Zoals ik al zei: blok aan mijn been.

De dvd’s blijken populair. Een man roept naar zijn vriend: “Joehoe, ik heb een leuk dvd-tje gevonden voor vanavond. Betaal jij? “ Dat zal me een leuk avondje worden met ‘De Tweeling’. Een vrouw heeft ook een aantal filmpjes gevonden als haar man erbij komt staan. Hij opent de doosjes met kritische blik, trekt een pruillip en schudt langzaam nee. De koop gaat niet door. “Beschadigd!” zegt hij alsof hij er de hoofdprijs voor moet betalen, loopt weg en laat zijn vrouw verbaasd achter.

“Wa koste die zijwieltjes? Ik moet nog naar huis!” De man die al aardig wat biertjes op heeft lacht heel hard om zijn eigen grap. Even later sjouwt trots met zijn aankoop, zonder bevestigingsmaterialen, naar zijn vrouw die erg bedenkelijk kijkt. “Zat er geen fiets bij?” zegt ze. Even lijkt hij van zijn stuk gebracht, helemaal vergeten te vragen.

We halen nog aardig wat op. Raken zelfs spullen kwijt die we ooit gratis gekregen hebben of bij de glasbak hebben gevonden maar sommige dingen laten zich niet verkopen. Eén daarvan is de bontjas. Blijkbaar hoort het ding gewoon bij mij. “Er gaat niks meer mee naar huis!”, roept mijn lief die de bui alweer ziet hangen maar ik kan gewoon niet anders. Ben vandaag nog meer van dat ding gaan houden. Binnenkort bij u in het theater….

 

Kinderboerderij

“En dan blijf je allemaal bij de mama bij wie je ook in de auto zit!” De meeste kleuters knikken braaf. Als ik op mijn briefje kijk zie ik alleen jongensnamen staan. Jongens die ik liever niet gecombineerd had gezien. Mijn eigen zoon is er één van en doet zeker niet onder voor de andere drie. Dat de juf deze mannen bij elkaar heeft gezet snap ik dan weer wel. ‘Die zetten we mooi bij de mama van Tibbe, zij is zelf ook juf.’

Even voor de duidelijkheid: ik doe dit soort dingen niet voor mijn eigen plezier, puur voor mijn kinderen. Die vinden het fijn natuurlijk. Ik ben niet erg goed in deze dubbelrol. Ik ga mee als mama maar als kinderen het nodig vinden om zich achterlijk te gedragen, transformeer ik, en daar kan ik echt niets aan doen, zoals de Hulk, die ook niet expres groen werd, in een leerkracht. Nog voor we de kinderboerderij bereikt hebben moet ik met de kerels afspreken dat ik klaar ben met ‘poep’ , ‘pies’, ‘billen’ en ‘piemel’. Ze bescheuren het van het lachen en gaan uiteraard gewoon door. Logisch want ik ben nog steeds de mama van Tibbe. Even overweeg ik om ze langs de kant van de weg te zetten en te laten lopen. Toch maar niet. Bij het uitstappen ben ik er meteen twee kwijt en moet ik ze nogmaals streng toespreken. Erg onder de indruk zijn ze niet maar ze luisteren tenminste even.

In het weitje met bokjes en schapen ligt het bezaaid met keutels. “Hé dropjes! “, roept het jongste mannetje en wil er al een oprapen. “Nee jongens dat is poep.”, zeg ik. “Dat moet je laten liggen.” “Poep???”, schreeuwt er een. “Poep??, Dat mochten we van jou niet meer zeggen.” En dan liggen ze ineens weer allemaal dubbel en wanneer ik zie waarom kan ik ze geen ongelijk geven. Het bokje voor mij rent en poept tegelijk. “Dat ga ik zelf ook eens proberen”, zegt de stoerste van allemaal terwijl hij mijn hand vastpakt. Eén van de megaschapen…eh..rammen komt toch iets te dichtbij. Gelukkig zien ze niet wat er onderaan zijn buik hangt want dan zou er helemaal geen redden meer aan zijn.

Ik denk dat ik ze redelijk onder controle heb totdat er één een konijnenhok in gaat en een hele berg stro over het konijn heen smijt. En dan ben ik de leerkracht. Ik geef hem op pedagogische wijze voor vijf centen mee en dat helpt. Verderop staan twee andere moeders te praten over de juf. Ik ben op mijn hoede maar ze hebben respect voor haar. Mooi zo! Terug op school mogen de kinderen tijdens de ouder inloop vertellen over de kinderboerderij. “Er was een schaap”, roept een jongen, “en die had een hele grote piemel!” “Dan zal het geen schaap geweest zijn.”, zegt de juf droog en ik ben heel blij dat deze jongeman niet bij mij in het groepje zat.

Lissabon

“Da zal zèn! Allez, let op uwe koffer en waar zèn die anderen?”, zegt een gestreste Belgische mevrouw tegen haar man. Even later staat ‘d’n Bompa’ zich alweer druk te maken omdat zijn koffer mee moet  in het ruim (want het is toch handbagage?) Wij weten inmiddels beter en laten onze koffertjes graag beplakken met gele stickers. Geen gesjouw voor ons. Nagenietend van een fantastisch weekendje Lissabon stappen mijn twee vriendinnen en ik het vliegtuig in.

Twee dagen eerder. We hebben voor weinig geld een ‘achtenveertiguurgeldig’ openbaar vervoer ticket op de kop getikt en ons avontuur kan beginnen. “RUSTIG BLIJVEN ” roepen we steeds keihard  tegen elkaar als we inchecken. Gewoon omdat dat leuk is en omdat het apparaat  anders op hol slaat. In de uren die volgen laten we ons meevoeren naar prachtige kloosters, kerken, monumenten, bruggen, pleinen, belanden in toeristenbussen, tuktuks, en drinken gele sangria, wijntjes, portjes en hebben het heerlijk.

Ter ontspanning ga, ik tegen alle adviezen in, toch even  in de jacuzzi die zich, afgescheiden door een glazen wandje, in onze hotelkamer bevindt. God weet wat daar allemaal in gebeurd is, god weet wat er allemaal al in gedreven heeft, maar wat kan mij het schelen. Veel te vroeg zet ik het geval aan zodat er een bezienswaardigheid binnenskamers ontstaat: ‘fontein Jans’..ook mooi! De badkamer is drijfnat maar als het helemaal gelukt is heb ik een heerlijk rustgevend bad en kan ik er weer een paar uur tegenaan.

Waren er dan helemaal geen dieptepunten? Jawel, toch één: We hebben ons laten verleiden  door een foute ober, die mensen de menukaart in het gezicht duwt.  We nemen plaats op terrasje op een oude, hele schuine trap. We rollen bijna naar beneden maar bestellen toch maar een visje..wat kan daar nou mis mee gaan?  Nou, Veel!  Zwijgend beginnen we aan onze bordjes. Naast de vis ligt een homp geprakte aardappel met spinazie en VISRESTEN. De tomaten en de ui smaken naar chloor maar het ergste komt nog. Als ik de vis uit elkaar aan het trekken ben voel ik een soort kokhalsschok in mijn maag. Ik zie een paar glazige ingewanden. Het doffe oog van de vis staart me aan. ‘Dooreten, niet zeiken’, zeg ik tegen mezelf. Tegenover mij, zie ik dezelfde worsteling. “Gatver, bloed!” zegt een van mijn vriendinnen, terwijl ze met haar mes in de vis peurt. Het hek is van de dam. Laten staan, snel betalen en wegwezen. Ergens anders goedmaken met een ijsje en lekkere koffie!

Zondagavond 22.30 uur Eindhoven Airport, bagageband. Daar is ‘d’n Bompa’ ook. Ik kan mijn ogen niet geloven als hij MIJN koffer van de band trekt. Met geweld maakt hij een paar ritsten open. Ik weet niet hoe snel ik mijn bagage van hem moet overnemen. Ik wijs hem op het label. “Maar ik heb ook een label!”, zegt hij verongelijkt. “Maar toch niet met mènne naam erop!” antwoord ik fel en loop snel weg. Achter mij hoor ik zijn vrouw nog roepen: “Das nie goe!” Nee das zeker nie goe…!  Zo goe als wij het gehad hebben hedde gullie het zeker en vast nie….dankjewel meisjes, ik heb genoten!

Kuikens

“Mamaaaaa!!! Hoe schrijf je die ‘ie’ van brief? Mamaaaaa, de ‘ie’ van brief voor de paashaas want het duurt zo lang voordat we eieren mogen zoeken!” Op de wekker zie ik dat het 5.30 is en veel slapen zal mamaaaa niet meer. Klaarwakker en dolenthousiast bonkt onze vijfjarige zoon de trap op. Als hij naast mijn bed staat fluistert hij in mijn oor dat hij zelf z’n billen heeft afgeveegd, want dat heeft hij van zijn tante geleerd en vervolgens begint hij weer heel hard te praten. De bromgeluiden naast mij betekenen dat papa nog niet klaar is om wakker te worden.

Er zijn, als je zelf kuikens hebt, een aantal dingen die je simpelweg niet meer kunt doen. Eén daarvan is slapen als zij wakker zijn (wacht maar tot ze puber zijn) maar ook onmogelijk zijn: a: bellen (vredig spelende schatten schijnen dan ordinair ruzie te moeten gaan maken), b: lezen (er moeten juist dan allerlei onnozele verhalen verteld worden die op zich wel grappig zijn maar nooit verteld zouden worden als je er naar zou vragen) en c: naar de wc gaan (mamaaaa, ik heb bloed of iets nog ergers). Het lijkt alsof de persoon achter moederkip op dat soort momenten totaal onzichtbaar is geworden.

“Hoi Anna’s moeder” , zegt een klasgenootje van mijn dochter op het schoolplein. Lief bedoeld hoor maar hallo ik heb een NAAM! Pijnlijk duidelijk wordt het zo, hoe zij het zien. Ik ben een moeder, daar lopen er miljoenen van rond. Iets gewoners bestaat er niet. Alsof ik alleen een voorkant heb..van karton ben gemaakt en inwisselbaar voor willekeurig wie.

Maar het kan erger. Als ik de kinderen weer uit school haal fietst een collega-moeder met haar driejarige dochter achterop voorbij. Het kleine meisje is dol op onze zoon. Als ze mij ziet verschijnt er een grote glimlach op haar knappe gezichtje. Mijn hart wordt er gewoon een beetje warm van. “Hee Tibbe! “ roept ze en ik kijk om me heen of ik mijn zoon, terwijl ik zeker weet dat hij nog op school zit, ergens zie lopen. Ze heeft het tegen mij! Kan haar het schelen hoe ik heet. Het gaat om het jongetje dat ze zo leuk vindt, niet om zijn moeder.  Ik schiet in de lach maar vraag me toch even af of ik nu een stukje overtrekpapier ben geworden.

Wat dat betreft hebben echte kippen het een stuk makkelijker. Kuikentjes uit een ei halen (niks baringsweeën), netjes in de maat laten lopen, graantjes leren pikken en uitzwaaien. Zij zullen zich gevleid voelen als er iemand ‘hee kuikentje’  tegen ze zegt. En weet je wat:  ik voel me ook hartstikke gevleid. Ze mogen mij Tibbe noemen, of Anna, want dan zien ze blijkbaar iets bekends in mij, dan zijn ze goed gelukt, mijn kuikens, en worden ze vanzelf een mooie haan of kip. 

“Omaaaaaaaaaaaaaaaaaaa, hoe schrijf je de ‘ui’ van kuikentje?”