Bemoeizucht

Bemoeizucht

“Aber das kan toch nicht! Das armes Kind. Das Zadel stekt viel zu hoch. Er kan nicht mit Seine Fuβe an die Erde!” Ik ben met mijn zoon op weg naar zwemles. We staan stil bij een rood stoplicht en hij is een beetje onhandig de berm in geschoven. Dat komt voor twintig procent omdat hij inderdaad niet zo goed met zijn voetjes bij de grond kan en de andere tachtig procent zijn motorisch van aard. En dat hebben mijn kinderen van mij..ja. Het duurt even voordat de opmerking van de ietwat verwaarloosde,  vernederlandste Duitse vrouw, met overvolle plastic boodschappentas tot mij doordringt. Ik kan van alles terugzeggen maar ik hou het bij een licht geïrriteerd:  “Dat valt best wel mee.”

Een paar weken eerder. Ik kijk uit het raam. Op het gras ligt de halve inhoud van de gereedschapskist. Mijn zoon en zijn papa staan voorovergebogen naar het kleine fietsje te kijken. Het zadel moet omhoog maar het verloopt niet  heel soepel “Zo, jongen, nu kun je weer even vooruit.” “Ja, want ik ben al groot hè papa?” Trots klimt hij op zijn fiets en triomfantelijk rijdt hij door de straat.

Gelukkig kan hij, als het stoplicht op groen springt, redelijk snel opstappen en wegfietsen. ZIE JE WEL, denk ik en om dat duidelijk te maken kijk ik nog een keer om. Weer komen er allerlei dingen in me op die ik niet zeg. ‘Das ist pas gefaahrlijk, mit einem vollen boodschappentas an das stuur fahrraden und trouwens mussen sie vielleicht nicht  ein keer nach die kapper?’

Dan denk ik aan een voorval van jaren terug. De man in mijn gezelschap parkeert zijn auto heel even waar dat niet mag. Om iets in te laden. De vrouw die voorbij komt gaat meteen helemaal los. Er lijkt geen einde te komen aan haar reprimande. Als ze klaar is zegt hij geheel onverwacht:  “Waar bemoeide gij oe eige mee vuile k…? “(niet geheel nette naam voor vrouwelijk geslachtsdeel).

Het liefst zou ik dat nu ook willen zeggen maar dat durf ik niet. Niet buiten op straat, hoogstens binnenskamers waar deze opmerking voor de grap wel eens gemaakt wordt. Bovendien, zo erg is het nou ook weer niet. Raar is het wel. Want even serieus,  waar bemoeit dat mens zich mee? Wil ze gewoon geluid maken, woorden uit haar mond laten stromen, wil ze vrienden maken of is het uit pure angst?

Nou mevrouw dan heb ik drie opties voor u voor de volgende keer: 1  Leuk die fiets zo met dat rood en blauw….zie je niks van dat dat ooit een meisjesfiets is geweest, 2: Wat een leuk jongetje dat je daar op de fiets bij je hebt! Zelf gemaakt? of 3: Ach wat een schattig jongetje en dat hij al zo goed kan fietsen op zo’n hoge fiets, ben maar voorzichtig want het is tegenwoordig best gevaarlijk met al dat verkeer.  Vertalen doe je zelf maar voordat ik straks zelf beschuldigd word van bemoeizucht. En nu naar de kapper en SCHNELL!

 

Paardjes

Ik lig met mijn ogen dicht wat te suffen in de zon, als ik word opgeschrikt door een hard, ploffend geluid. Er boort zich een penetrante lucht in mijn neus en als ik opkijk lig ik zo goed als oog in oog met een tegenspartelend, stinkend paard. Ik wil paardenliefhebbers niet tegen het zere been schoppen,  maar paarden zijn  niet mijn lievelings. Het mogen dan mooie beesten zijn, ik vind ze gewoon eng. Ze zijn groot en onberekenbaar en dat komt in dit geval vooral door degene die erop zit.

De bestuurster gilt tegen het paard, dat nu begint te steigeren, dat hij rustig moet blijven. “Hopeloos verdwaald” , roept ze tegen mij. Haar lach klinkt hoog en zenuwachtig.  Niet bepaald wat het beest nodig heeft om rustig te worden en voor mij geen reclame voor paarden in het algemeen. . Eén keer heb ik erop gezeten, op een groot exemplaar. Ritjes op een pony op de kermis, waar je met je voeten over de grond sleept, tellen niet mee. Teamuitje. Mijn directeur zal het touw wel vasthouden. Ik krijg een slome Belgische knol toebedeeld die, als ik het alleen mag proberen, toch nog verrassend snel blijkt te zijn.  

Dat moet anders kunnen. Zo paaien restaurants in België hun gasten met een grasbuikje, een GRASBUIKJE. Prachtig Ponyvlees op je bord. Ik moet bijna overgeven als ik alleen al bedenk dat ik dat zou moeten eten en daarnaast is het toch zielig. Pony klinkt als baby. Een baby die op zijn buikje door het gras heeft gekropen en dan…vreselijk. Nog steeds niet overtuigd dus.

Mijn zoon en dochter zitten op de trap. Het regent. Ik heb geen idee wat ze aan het doen zijn maar ze gebruiken allerlei Engelse woorden en ik moet stiekem luisteren. “Jij bent ‘Applejack’ oke?” zegt ze tegen haar broertje. Hij vindt het prima. Heeft er geen idee van dat hij ‘appelbrandewijn’ moet spelen. Dan ben ik ‘Fladdersjaai’ (fluttershy)  “Mamaaa! Wie wil jij zijn? Rainbow Dash, Pinkie Pie of Twilight Sparkle?”  Dan pas krijg ik in de gaten dat de My little Pony’s van stal zijn gehaald.  Veelkleurige plastic paardjes of eenhoorntjes met hele grote, ‘AHHH Please-ogen’ en fluorescerende kapsels op een scooter mét helm én bijpassend tasje.

Ooit een paard met een handtas gezien? No way dat wij vroeger, zoals mijn oma zei:  ‘My littele poonies’ kregen. Die kwamen er bij ons niet in. Geen plastic fantasieloos speelgoed voor ons. Moet je nu mijn mama maar eens op zien gaan in een rollenspel met deze schatjes. Ik moet dus kiezen. “Doe mij maar Pinkie Pie”, roep ik omdat het wel gezellig klinkt. “Goed mama, Pinkie Pie houdt altijd van een feestje en taart, dan kun je dadelijk mooi taartjes bakken!” Dat noem ik nog eens marketing.

Even later staat het roze paard me op het  aanrecht glazig aan te kijken. “Okee, ik wil best taartjes bakken en ja ik vind jou best lief…ik hou gewoon niet van álle paarden, dat is alles! “

 

 

Glasvezel

Om maar met de deur in huis te vallen: ik heb er een schijthekel aan! “Oho mama, dat mag je niet zeggen”, zouden ze in koor zeggen, mijn twee kleine schatten,  maar veel anders kan ik er niet van maken. Tussen 9.00 uur en 12.30 uur komen we bij u langs. Dan komen ze óf om 12.35 óf al om 8.30 uur, als je er nog helemaal niet klaar voor bent.

“Nee hoor, geen probleem, kom maar binnen!”  De jongen met lichtgevend wegwerkersjasje stapt dankbaar binnen.  Waarom heeft hij dat in godsnaam aan? Er rijden hier echt geen auto’s hoor. Zijn maat staat leunend op zijn schop, waarmee hij zo meteen onze voortuin gaat vernielen, in de deuropening. Ik ben blij dat ik in ieder geval een spijkerbroek en een T-shirt aan heb,  een beetje mascara op mijn wimpers heb gesmeerd en dat ik de grootste zooi (lees: speelgoed) met een bezem aan de kant heb geschoven. Glasvezel hoofdstuk 2, de binnenwerkzaamheden. Deze mannen zijn iets hoger opgeleid dan de ploeg van hoofdstuk 1, de buitenwerkzaamheden. Ze praten (hoewel plat) Nederlands en ze doen technische dingen die ik ze niet na kan doen. Althans dat zou de bedoeling moeten zijn.

Ik merk aan alles dat het niet helemaal voorspoedig verloopt. “Hedde gij ‘m?” “Ik ken ‘m nie veine!” “Douwt ‘m dan wa verder.” “Da gi nie.” “Godverdomme dan belt d’n boas mer!” “Oho, dat mag je helemaal niet zeggen hè mama?”,  zeggen mijn twee kleine schatjes in koor. Ze zitten met gespitste oren een boterham te eten.

“Mevrouw?”, zegt de jongen aarzelend in nagespeeld Nederlands. “Er is een groot probleem!” Hij staat als een klein kind met zijn bouwvakkerschoenen vol zand naast de ontbijttafel. Zijn maat leunt wederom op zijn schop. Waagt het niet om dichterbij te komen. “Het kastje moet in de woonkamer worden geplaatst.” Als een standbeeld wacht hij op mijn reactie, die niet komt. ‘Dat boeit me echt geen fluit’ , denk ik maar ik zeg dat het goed is. Even is hij uit het veld geslagen maar dan zegt hij: “Moete gij dan nie iemand bellen?” “Nee hoor, dat hoeft niet.” Wat denkt hij op dit moment: A: Daar weet dat mens niks van, B: Zij heeft vast een hele vervelende vent of C: Ja zeggen maar nee bedoelen. Ik weet zeker dat het mijn lief ook geen bal uitmaakt waar dat kastje komt te hangen dus schiet nou maar op.

 Natuurlijk moet er weer een nieuwe afspraak worden gemaakt. “Bende gij gewoon altijd thuis?” ‘Nee, eh ik werk ook nog..heb nu vakantie, ojee hij denkt dat ik de hele dag thuis zit..’ “Eh nee…” “We maken gewoon n neije afspraak en dan kende da altijd nog verandere.” “Dat is prima!” Dat is helemaal niet prima. Weer een halve dag naar de haaien. Supersnel internet…

“Schat, wat is dat voor een kastje hier achter de bank?” “O, dat kastje achter de bank..dat is superhandig, dat is supersnel internet!”