Rechtbank

Onderuit gezakt lig ik, na een lange werkdag, op de bank. Eigenlijk heb ik nooit echt tijd om uitgebreid tv te kijken maar na een dag van begeleid feedback geven en krijgen, gun ik mezelf even wat kant -en klaar entertainment.


Mijn lief, zoals gewoonlijk, gewapend met de zapper, blijft steken bij een programma wat zich afspeelt in de rechtszaal. Iets van lichte misdrijven. We zien de dader met zijn rug naar de camera zitten en de rechter is vol in beeld. Ik heb het gevoel dat ik naar ‘Draadstaal’ zit te kijken. Alsof Jeroen van Koningsbrugge, verkleed als dader weer een briljant type aan het neerzetten is. En die rechter...ja die heeft duidelijk een pruik op. (en dan bedoel ik niet zo’n witte met van die pijpenkrullen).


De man heeft een broodje, een banaan en nog iets eetbaars gestolen. Op Schiphol. Hij wil terug naar zijn geboorteland maar heeft geen geld. Vonnis: Twee weken gevangenisstraf en daarna misschien wel uitzetting. “Oke” , zegt de man droog. Dan heb ik in ieder geval de komende twee weken iets te eten. De volgende is een vrouw en is dubbel zo zielig. Gereden met een slok op. Of ja, één slok, zes flessen eigenlijk. Maar haar moeder is ziek en ze heeft een auto nodig. Met de trein? Ze heeft geen OV-jaarkaart dus dan wordt het vrij lastig.


Maar dan. Een voormalig leraar sociologie heeft een bekeuring gekregen voor het rijden door rood licht maar dat is niet de reden dat hij nu op tv komt. Nee, hij heeft de agent in burger uitgescholden voor iets wat lijkt op ‘asociale zak’ “Asociale zak, ga boeven vangen! “ Hij is er zeer verbolgen over dat meneer agent zich niet aan hem heeft voorgesteld. Hoe onfatsoenlijk. En dat bij iemand die veel verstand heeft van SOCIOLOGIE. “Ik heb altijd gelijk mevrouw de rechter, ik ga zeker in hoger beroep want hier wordt niet naar mij geluisterd” De rechter krijgt geen enkele kans om haar vonnis voor de lezen. Over ‘asociale zak’  gesproken. Plaatsvervangende schaamte voel ik, en ergernis en medelijden met leerlingen die ooit les hebben moeten krijgen van deze eikel.


Dan is er nog de nietsvermoedende kwajongen. Heeft een katapult ingevoerd. Bijna huilend zit hij in het strafbankje. “Boehoe! Ik wist het echt niet en ik wil echt geen strahahafblad.” Hij krijgt geen strafblad. Als vanzelf denk ik aan de boefjes in mijn klas. Positief gedrag benadrukken zodat ze dat vanzelf allemaal gaan doen hebben we vandaag geleerd. Ik denk ook wel dat dat echt werkt.


Mijn volgende werkdag. De speelplaats ligt vol modder en stukgelopen eikels (van die vruchten) en noten. Mijn boefjesmannen zijn, helemaal uit zichzelf, in de weer met kruiwagens, harken, bezems. Met rode wangen ruimen ze alsof hun leven er vanaf hangt. Ik weet van gekkigheid niet hoeveel complimenten ik ze moet geven als ze klaar zijn. Ik hoop van harte dat ze eerst even de regels checken als ze ooit een katapult willen invoeren.



Huishouden

“Die van ons, die doet echt niks in het huishouden!”, hoor ik een moeder op het schoolplein tegen een andere moeder zeggen. ‘Die van ons’, doet mij eerder denken aan een hond of een apparaat maar nee, ze heeft het over haar man. “Hij doet nie strijke, hij doet nie koke, hij doet nie stofzuige, echt niks doet ie.” Jammer dat ze het allemaal zelf moet doen want anders zou een lesje Nederlandse taal niet overbodig zijn.


Gelukkig heb ik over ‘die van mij’ op dat gebied niks te klagen. Hij doet strijken hoor, en hij doet ook koken, heel lekker zelfs. als hij tijd heeft. Op school denk ik dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met het aanleren van huishoudelijke taken. ‘En hoe zit het met de mannenklusjes?’, hoor ik die van jullie denken. Jaja, ook die zitten in ons gevarieerde kleuter-les-aanbod.


Werkles groep 1/2 . Twee meisjes moeten hun ‘verplichte’ bouwwerkje nog doen en zitten met een glimlach van oor tot oor op de mat waarop ze een huisje voor een knuffelbeer moeten maken. Aan de andere kant van het lokaal betreden drie mannekes de huishoek. Ik kom ogen tekort om te kijken wat ze doen. De meisjes hebben een hele bult blokken op elkaar gestapeld. Geen structuur te bekennen , verantwoord bouwplan, ho maar. Ze gillen het uit van plezier als de stapel omvalt, beginnen gelukzalig opnieuw, zonder dan ook maar iets te veranderen aan hun aanpak.


Dan de mannen. Ik zie dat de volledige huisraad al op de grond ligt. Poppen verwaarloosd naast hun bedjes. En waar zijn de kerels zelf? Die liggen ook op de grond, boven op elkaar, stoeiend met een plastic appel. Mijn collega besluit eens een hapje te gaan eten in het huishouden van Jan Steen. “We eten friet!”, besluit er een. “En hoe ga je dat maken?” probeert mijn collega. “Dat ga ík niet doen, juffie, ik bel gewoon de frietboer. Heerlijk praktisch!


Ze modderen nog wat aan. Omdat het zo’n chaos is, besluit ik maar wat eerder te beginnen met opruimen. Het lukt niet. Ze krijgen het gewoon niet voor elkaar om structuur aan te brengen in de zooi die ze zelf gemaakt hebben. Ze verplaatsen spullen en ondertussen liggen ze op of onder de tafel. Ook leuk: kijken of je in een kastje past. Al snel zijn ze tevreden. Ze ZIEN gewoon niet dat er nog schoenen en jassen rondslingeren. Bestek in de bestekbak? Why?


Dan valt mijn oog op de blokkenkast. Die is keurig netjes, blokken soort bij soort. Niets meer op de mat. De meisjes zitten al lang en breed in de kring. Blij dat ze al klaar zijn. Je kunt oefenen wat je wil. Het zit in de genen. Oké mannen er zijn dingen die vrouwen nu eenmaal beter kunnen, laat ons maar. Doen jullie dan voor ons banden plakken en/of verwisselen, gaten boren, computers fixen, rolgordijnen ophangen en zo? En doen jullie dan als echte helden laten zien hoe trots jullie daarop zijn? Nice!

Gitaar

“Is dat wel de beste plek voor een gitaar?”, vraagt mijn nieuwe duo-collega vertwijfeld. Het lokaal staat al zo vol met materialen dus lijkt mij het voorportaaltje van de kleuter-wc-tjes nog de minst slechte plek. ‘Hmm, nog nooit een kleuter bezig gezien’, zie ik haar denken maar ik laat het voorlopig maar even zo. In de hal kan iedereen eraan komen en het ouwe ding kan wel tegen een stootje.


Als we op donderdag in week één in de kring zitten krijg ik niet eens de kans om te vragen welke dag het vandaag is. “Jouw gitaar is hélemaal kapot!” roept er een. “Echt helemaal kapot, en de andere juf zei dat je hem ook niet in de wc had moeten zetten en nu staat ie in de hal.” Hij is er echt verbolgen over en ik weet zeker dat hij er zelf niets mee te maken heeft. “Ons pap zegt dat dat gewoon vanzelf kan gebeuren hoor!” , probeert een ander jongetje. Hij heeft duidelijk geen zin in gedoe.


Aarzelend en toch ook wel nieuwsgierig loop ik naar mijn gitaar. Ik verwacht min of meer een gebroken hals en wat gaten op plekken waar ze niet horen. Ik word op de voet gevolgd door een sliert kleuters. Behalve een gebroken snaar zie ik niets. “Kijk, die hele snoer is kapot, gewoon doormidden, daar heeft iemand aan getrokken, dat kan niet anders.”


Als iedereen weer zit,  vraag ik of iemand weet hoe het is gebeurd. “De juf wordt niet boos hoor, ze wil het gewoon weten!”, zegt een meisje en ze checkt mijn ogen. Of ik echt niet boos ga zijn. “Natuurlijk word ik niet boos, het is namelijk niet erg, ik moet alleen even nieuwe snaren kopen.”, zeg ik en ik voel een soort ontspanning neerdalen.”Heeft er helemaal niemand aan de gitaar gezeten?”, probeer ik nog maar eens. Een klein jongetje naast mij steekt zijn vinger op. Hij is nieuw op school en heeft zo’n schattig koppie, hij is net peuter-af. Hees stemmetje, kleine slis erin. “Juf” , zegt ie, “Juf, ik denk hè..dat ik, toen ik ging plassen, toch heel misschien zo:  (en hij maakt een gitaar-speel-gebaar met zijn hand) een héééél klein beetje muziek heb gemaakt.” Opeens schieten er nog meer vingers de lucht in. Ja, ze hebben allemaal een heel klein beetje muziek gemaakt. Dan stel ik me voor hoe het eruit ziet. Op het wc-tje met mijn gitaar op schoot.Hokje helemaal vol instrument met kleuter. Nu snap ik opeens ook waarom het soms zo lang duurt, dat plassen.


“De juf gaat in het weekend op pad voor nieuwe snoeren!”, zegt mijn boodschapper “Kunnen we nu dan aan het werk?” Einde discussie. Een paar dagen later is de gitaar weer de oude. “We kunnen straks weer liedjes zingen, de gitaar is gemaakt”, zeg ik. Het applaus wat ik daarvoor krijg is zo onverwacht, ontwapenend en schattig, dat ik er even stil van word. Ze hebben nu al door hoe ze bij mij een gevoelige snoer kunnen raken.






Spullen



“Kunnen we afspreken dat we NIETS meer op de trap zetten, ik ben daar ECHT allergisch voor!” zegt mijn collega geïrriteerd. We hebben een fijn en klein team waar zulke dingen gewoon gezegd kunnen worden en ze heeft gelijk. Ons mooie schoolgebouw met bovenverdieping kan netter. “Dat doen we thuis ook niet!” roept iemand anders. Tegenover mij zie ik weer een andere collega, tot mijn grote opluchting, heel schuldig kijken. “Sorry!!!” , zegt ze heel hard. “Je wil niet weten wat er bij ons allemaal op de trap ligt.”


Mijn gedachten dwalen af naar ons huis. Onze trap ligt onafgebroken vol met ALLERLEI SPULLEN DIE EEN KEER NAAR BOVEN MOETEN. Ons motto: ‘Als je nog naar boven kunt is het toch goed’ Of eigenlijk is het het motto van mijn huisgenoten. Ze zien gewoonweg niet dat daar iets ligt. Mannen kunnen maar één ding tegelijk, en dat is, in dit geval, naar boven lopen en de kinderen...ja...Ik sjouw me dagelijks, met gevaar voor eigen botten, kapot maar het is gewoon niet bij te houden. Pyjama’s, sokken, onderbroeken, knuffels, boeken, schoenen en nog eens schoenen, tassen, scheenbeschermers, en ik vergeet nog schoenen, of slippers, sloffen. pffff…


En dat is dan alleen nog maar de trap. Vooral in de huiskamer bevinden zich dingen die grotendeels overbodig zijn. Naast gratis verkregen bocht, spullen die nu nog goed zijn, maar zeer binnenkort onbruikbaar omdat het of kapot of te klein is want de kinderen vinden het nodig om overal uit te groeien zodat ze op gezette tijden NIETS meer in de kast hebben liggen. Voeten groeien doorgaans het hardst, waardoor ze tegelijk nieuwe gym- en Spullen

hockeyschoenen, winter-regen en sneeuwlaarzen nodig hebben. En het overlapt. Dan heb je ineens 20 x 2 schoenen in huis, van de kinderen. Nee natuurlijk heb ik zelf niet maar één paar schoenen. Hoe doen die gestructureerde mensen dat toch.


Even terug naar school. Daar lukt het me veel beter.Eerste week goed doorgekomen. Eén keer bijna een gebruikt kopje op de trap gezet maar dat telt niet. Deze week draait het even niet om spullen. We hebben wat anders te doen met ons klein, fijn team. Gedeeltelijk even geen leeropbrengsten en groepsoverzichten. Onze lieve collega heeft haar man verloren. Slopende ziekte neemt weer een leven mee. Veel te jong nog en twee kleine kinderen moeten verder zonder papa. Zij zal het zonder haar lief moeten stellen. Bijna twee jaar hebben we het op de voet gevolgd. Hoeveel slecht nieuws kun je hebben. Hoe sterk kan iemand zijn. Hoe vaak hebben we ons afgevraagd hoe dat moet voelen. We zullen er zijn.


Ik loop naar boven en kijk naar alles wat daar ligt. Zo onbelangrijk is dit alles dus. Ik maak me druk over een zweetsok op de trap terwijl in een ander huis nooit meer één sok van hem zal rondslingeren. Jongens, gooi op de trap je rommel, heb lief en hou elkaar vast... hou elkaar goed vast...Opruimen komt later wel.