December

Rennend en roepend komt hij binnen. Bij de kapstok maakt hij een sliding en dan ontdekt hij het schaap. Het schaap dat verloren tussen de nog-niet-opgetuigde kerstbomen in de hal staat. Even kijkt hij om zich heen en als hij er zich van heeft verzekerd dat niemand hem ziet gaat hij bovenop het schaap zitten. Het is maandag zeven december, tien voor half negen en hoewel veel ouders denken dat de rust, nu de man met lange, witte, baard ‘m getaaid is, nu wel wedergekeerd zal zijn, is het op school nog even door bikkelen.


Opeens vliegt er een bal door mijn lokaal. Of een bal, het is maar de helft en het blijkt een ‘indoor’ exemplaar te zijn. Een bal voor binnen?? Wie heeft dat bedacht en voor wie? Ja, als mensen een gymzaal aan huis hebben, dán is het misschien leuk maar in een lokaal waar veertig kleuters langzaam binnendruppelen is het zeker niet héél handig. Bij het indoor geval zo ongeveer alle jongetjes. Ze gillen en proberen uit alle macht het voorbij vliegende ding te pakken te krijgen. Gelukkig zitten er nog geen ballen in de kerstboom die vandaag toch halsoverkop gezet moet gaan worden anders is alles alweer voorbij.


Als ik ze even later enigszins rustig in de kring heb zitten stel ik ze de vraag: Wat is Kerstmis eigenlijk? Natuurlijk krijg ik antwoord want daar hoef je bij kleuters niet bang voor te zijn maar of dat ook het antwoord is wat ik in gedachten heb….”Dan gaat het sneeuwen en dan komt de kerstman en die brengt cadeautjes” Het regent buiten en ik zie die regen niet zo snel veranderen in sneeuw en laat die kerstman a.u.b. onze huisjes voorbij gaan. “Nee hoor”, roept een ander, “dan is Jezus dood geworden.” Ah, gezelligheid!


Bij het buitenspelen is de drukte nog niet voorbij. Er wordt geschopt, geduwd en gehuild. “Juhuffrouw” snikt een jongen uit groep vijf. “Hij heeft mijn paardenteugel afgepakt.” Nietsvermoedend staat een klein ventje uit mijn groep met de paardenteugel te ‘houwen’. Hij is zich van geen kwaad bewust. “Vrolijk Kerstfeest” ,zeg ik “en nu gaan jullie fijn samen paardje spelen. Daaaaaaag!” Gelukkig vang ik nog een glimlach.


Als ik thuiskom twijfel ik of ik meteen naar bed zal gaan of eerst nog wat zal eten. Aangezien ik gewoon een gezin heb en ook wel wat honger, kies ik voor het tweede. “Geloof jij in Jezus?” vraagt mijn dochter. “Je denkt toch niet dat iemand van één vis, duizend vissen kan maken hè.” Gaat ze verder. Maar dan begint mijn zoon. “Wat???? Geloof jij niet in Jezus? God stuurde gewoon heel veel engels naar de aarde om te zeggen dat Jezus was geboren. zo simpel is het!” Ik antwoord niet en dat hoeft ook niet.Volgens mij wilde Jezus alleen maar zeggen dat je in donkere tijden dicht bij je liefkes moet blijven. Bijvoorbeeld in december. Ik zie jullie in januari!


Oudergesprek

“Daar witte gij natuurlijk niks van, want gij het zelluf nog gin keinder!” Verbaasd kijk ik naar de vrouw die mij duidelijk probeert te maken dat ik vast heel weinig verstand van kinderen heb. Dat ik daar vier jaar voor op school heb gezeten is ze denk ik even vergeten. “Die van ons lust alleen maar kippenbillen en dan eigenlijk allen da vel en ik krijg ‘m nie vur negen uur te bed ons Bartje en ‘smerges krijg ik ‘m nie wakker, darum kumt ie dan elke keer te laat hè.”


Even voor de duidelijkheid: Ons Bartje is een meisje, dat eigenlijk heel anders heet,  en ik probeer haar moeder te vertellen dat het niet heel erg voor de wind gaat met haar. Dat ze moeite heeft met lezen en dat het fijn zou zijn als ze op tijd kon komen. Ik ben 21 en net afgestudeerd. Omgaan met ouders zat niet in mijn vakkenpakket en dus moet ik het mezelf leren: boodschappen overbrengen aan mensen die niet goed luisteren. “Hij ken dus nie lèze, ach da makt nie uit, dè kon ik zelluf vruger ok nie. Mer verders doet ie het wel goed? “Ja hoor!” hoor ik mezelf zeggen. Niet alleen omdat ik niet goed weet hoe ik dit moet aanpakken maar ook omdat ik weet dat het totaal geen zin heeft wat ik zeg.


Ruim twintig jaar later. Ik zit met mijn lief op veel te kleine stoeltjes in de gang van de school van onze dochter te wachten tot we aan de beurt zijn voor een oudergesprek. De juf heeft zelf nog geen kinderen. Ze is ontzettend lief en leuk maar ik realiseer me opeens dat ik toen dus echt geen idee had wat kinderen na school allemaal nog doen. Ik begrijp veel beter waarom Bartje onmogelijk op tijd op school kon komen.


Ander gesprek, over onze zoon. Deze juf is al wat ouder en heeft een paar volwassen kinderen. Opeens, en ik weet eigenlijk niet waar het vandaan komt, ben ik een beetje zenuwachtig. Ziet ze hem wel hoe hij echt is? Thuis kan hij zich soms, als hij moe is, behoorlijk aanstellen en ik mag toch hopen dat hij dat op school niet doet. “Tja, Tibbe”, begint ze. Hij is lief, grappig, werkt hard!” ‘Maar’...denk ik alvast. “Leest alles wat los en vast zit”, gaat ze verder “dus gewoon een heerlijk manneke.”  Ik kan haar wel kussen.


Een paar dagen later zie ik ‘Bartje’ lopen..achter een kinderwagen. Naast haar, of moet ik zeggen hem, een vrouw. Bartje heeft een zoontje gekregen. Ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden. Bartje herkent mij niet. Mocht Bartje zijn zoon..eh, haar zoon bij ons op school brengen dat zal ik zeggen dat hij lief is en hard werkt, eens kijken hoe gelukkig ze daar van wordt. Dan moet het wel heel gek lopen wil mini-Bartje nog steeds elke dag te laat komen.