Koken

Als thuiskom ligt er op de salontafel een sinaasappel, een zakje kaneel een kaart met een recept erop en een briefje van onze zoon met de tekst: “laten liggen mama.” Hij ligt al in bed maar heeft wil zijn plan voor morgen veilig stellen. Als hij een plan heeft MOET het ook zo uitgevoerd worden en ZAL het ook zo uitgevoerd worden.


Blijkbaar is er iemand van Hello Fresh aan de deur geweest die zowel mijn lief als onze zoon heeft weten om te kopen maar daar gaat onze kleine man niet op wachten. Hij wil zijn plan namelijk NU tot uitvoer gaan brengen. Albert Heijn heeft deze spullen ook wel. Zorgvuldig propt mijn zoon zijn kaart met recept in mijn fietstas. “Gaan we nog??” Waar mijn geduld regelmatig op de proef wordt gesteld als ik wil gaan, heeft hij nul komma nul geduld. Waar heb ik dit eerder gezien? Misschien moet ik mijn moeder even bellen.


Hij wil alleen de ingrediënten zoals aangegeven. Niets anders. NIETS anders. “Eh, lieverd” , probeer ik voorzichtig. “Er staat rucola bij maar dat vinden jullie niet zo lekker dus zullen we gewoon een andere soort sla pakken?” “Nee, wat denk je mama? Hier staat rucola en dus moeten we rucola hebben.” “En wie gaat dat dan opeten?” “Ik eet het echt wel op hoor, ook al lust ik het niet.” Hij stelt het belang van het precies maken van het recept boven het belang van iets eten wat hij lekker vindt. Ik zucht zacht als ik het zakje rucola in het mandje zie verdwijnen.


Witte kool, dun gesneden. Ik ontdek een zakje witte kool, dun gesneden, gemengd met kleine stukjes paprika, radijs en venkel. “Nou, oke dan!”, zegt hij en ik denk: ‘gelukkig, ik kan hem toch nog overhalen.’ “Maar dan ga jij thuis wel die stukjes andere groenten eruit vissen.” Zwijgend gooi ik een grote zak gesneden witte kool bij de andere, exact kloppende, spullen.


Thuis gaat hij planmatig aan de slag. Er worden bakjes uit de kast getrokken om alles in te doen. De rasp, de pers, snijplank, mesje en alle ingrediënten op een rij. Met gevaar voor eigen leven snijdt hij de sinaasappel in stukken. “Persen!” Hij kan er niet goed bij en dus vliegt het sap door de keuken. ‘GEDULD’ dwing ik mezelf. “Sorry mama, vind je nou toch nog dat ik goed aan het koken ben? Ja? High five dan.” Ik smelt alweer.


“Precies zoals op het plaatje hè mama”, zegt hij als ik alles op de borden schep. Hij houdt me scherp in de gaten. “Precies zoals het plaatje.”, zeg ik en ik denk dat dit het eerste recept is, in dit huishouden, dat er precies uitziet zoals op het plaatje. Ik kan best koken maar ik word altijd een beetje rebels als ik me ergens precies aan moet houden. Eens kijken wat er op tafel komt als mijn dochter aan de beurt is om te koken.

Smart tv

“Hebben jullie Netflix?”, vraagt het jongetje terwijl hij zich comfortabel nestelt op onze versleten bank. Hij ziet eruit alsof hij álles weet van de digitale wereld. Zijn ogen zoeken naar de afstandsbediening en ik zie mijn kinderen lichtjes in elkaar krimpen, met een glimlach, dat wel. “Nee, wij hebben geen Netflix!” zeg ik zo kalm mogelijk “En als we dat wel hadden gingen we daar nu niet naar kijken want als er iemand komt spelen dan gaan we ook gezellig spelen.” “Ow!” zegt hij teleurgesteld. Ik had net zo goed kunnen zeggen dat we geen tv hebben, had hetzelfde effect gehad.


Een paar dagen later krijg ik de bal terug gekaatst. “Mam, echt iedereen heeft Netflix hoor!” , zegt mijn dochter en ik herinner me onze zwart-wit televisie met zes knoppen voor de verschillende zenders. Iedereen had al kleuren -Tv of ja bijna iedereen, of ik weet het eigenlijk niet. “Waarom hebben wij dat niet?” Ik mompel dat we daar niet de goede tv voor hebben maar daar neemt ze geen genoegen mee.


De aanhouder wint. Eerst maar eens naar de media-gigant met rood logo voor een Smart tv. Mannetjes in rode bloesjes (bestaan overigens ook in de vrouwelijke versie) staan te springen om ons voorlichting te geven bij de honderden exemplaren die ze te koop hebben. Blond ventje, amper twintig jaar, steekt van wal met zijn standaardpraatje. Ik doe echt mijn best om hem te volgen maar voel me steeds minder ‘smart’ worden. Waarom hij zich opeens op mij richt weet ik ook niet maar hij spreekt de volgende woorden: (iets met ultra- kwaliteit en pixels) “Kijk, als u naar programma’s kijkt met veel bewegende beelden zoals sport of actiefilms (yes!! mijn lievelings) en als de bal dan heel snel over het veld gaat kan het  bij deze televisie zijn,  dat hij een witte streep achter zich aan krijgt.” O, wat erg! Ik val compleet stil.


Maar het kan erger. Als we er nog even over nagedacht hebben en we bij een exemplaar staan waar we nog niks over gehoord hebben maar wel een fijne prijs heeft komt er een vrouwelijke variant van het rode bloesje bij ons staan. Ik wil vragen wat deze tv allemaal ‘kan’ maar blijkbaar zeg ik dat niet zo heel duidelijk. “Hè???” zegt het meisje heel hard. Het lijkt wel of ik een klap in mijn gezicht krijg. Dit klinkt hetzelfde als: Zeg eens wat je bedoelt, stomme ouwe trut. Kom ik dan echt uit een andere wereld?


Toch staan we een kwartier later buiten, met een grote doos. Scherm drie keer zo groot dan het oude. Een uur later kijken we NETFLIX. Wat kan het soms toch snel gaan. Helemaal gemoderniseerd. Heerlijk. “Mevrouw, hebben jullie Netflix?” (want ja, dat gebeurt heel soms, dat ze mevrouw zeggen) “Jazeker ventje! Zullen wij samen eens lekker naar een actiefilm gaan kijken met veel bewegende beelden? Zonder witte strepen? Nou, kom op dan!”

3d strand

Ik weet dat ik als een oud wijf klink als ik zeg dat het vijfentwintig jaar geleden is dat ik er geweest ben maar ik herinner me de watermeloen (van de buren), de klei-achtige modder aan mijn voeten en de parende libellen (gatver!) als de dag van gisteren. Opeens ben ik er toch weer naar op weg.


Ze willen zwemmen maar ik voel weinig voor de betegelde buiten-variant met bosjes puberende oud-leerlingen van het soort dat dit zeker niet zal lezen. Bovendien kan ik daar niet komen zonder er aan te denken. Verlegen en een jaar of dertien ben ik. Zijn been is bedekt met een tattoo van een hagedis. “Hee, hedde gij al haar op oe…” (vul maar in). Ik kijk om me heen, hij heeft het echt tegen mij. Zwemplezier totaal verdwenen. Bulderend van het lachen slaat hij zijn vriend op zijn rug.


“Hoe ziet dat 3d-strand er dan uit?” vraagt mijn zoon die werkelijk geen idee heeft waar hij naartoe gaat. “Het lijkt mij wel saai, een meertje in de bossen waar verder niemand is.”,zegt mijn dochter met de blik van een ‘ik-word-al-een-zelfstandig-vrouwtje’. Ik hoop inderdaad op een rustig E3- (want daar gaan we naartoe) strand maar niemand, dat zal niet helemaal lukken. Het is nog vroeg, het water nog vrij koud en het is Moederdag dus het zal wel niet zo’n vaart lopen. Het valt ze mee. Gelukkig.


Ik probeer een boek te lezen. Maar ik moet ook kijken. Daar kan ik niks aan doen. Ik moet kijken naar Mister sixpack met in lichtgevende zwembroek die zijn lichtgewicht parasol in het zand steekt. De wind slaat eronder, de parasol klapt om. Sixpack is niet blij. Ik moet kijken naar de chips-etende-te-grote lijven in te kleine badpakken. Ik moet kijken naar de selfies-makende-alleenstaande-moeder met zeurende dochter. Toch lees ik de eerste uren nog aardig wat bladzijden weg.


Dan begint het. “Dylano, gij gaat minstens twintig meter van men afliggen, Priscilla, gij nog verder weg want jouw gejank ben ik meer dan kitsbeu en het is Moederdag dus ik wil rust!” Ondertussen peert manlief met een rubberen hamer een degelijke parasol drie meter het zand in. Sixpack kijkt verderop met open mond toe. Die waait niet meer weg. “Gij zorgt dè die jong mennen dag nie weer verpesten.”, zegt hij tegen zijn ‘vriendin’ terwijl hij het tweepersoons luchtbed aansluit op de elektrische pomp.  Vele tattoos maken het beeld compleet. Zie ik daar nou een hagedis? Dylano vecht met Priscilla om de enige handdoek en mama trekt zenuwachtig en halfnaakt (want ze MOET egaal bruin worden) aan haar halfzware van Nelle.


Eén bak stress daalt neer op ons fijne plekje. Lezen lukt me niet meer. Tijd om te gaan. Het begint hier verdacht veel op een 3d-strand te lijken….