Prikkels

‘Kan niet tegen prikkels’ Het is één van de meer dan honderd vragen op een groene lijst die je, als leerkracht, in moet vullen voor kinderen waar waarschijnlijk ‘iets’ mee is. Nou ja, waarschijnlijk, eigenlijk zeker, maar om het juiste etiketje te kunnen plakken moeten er allerlei vragen beantwoord worden. En mochten ze dan inderdaad niet tegen prikkels kunnen, en zich flippend door het klaslokaal bewegen dan kán het zijn dat ze in een soort van stemhokje mogen gaan zitten, om zo, in een prikkelarme omgeving, toch aan het werk te kunnen.


Ik weet al heel lang dat er bij mij allerlei ongevraagde prikkels binnenkomen, dat ik alle details zie, dat ik ook altijd meteen in de gaten heb wie diezelfde rare gewoonte heeft (en ja, hier bestaan ook invullijsten voor) maar sinds ik in de ambulance heb gelegen weet ik pas dat je dit ook kunt uitschakelen. Of ja, dat je dat kunt leren want ik kán het totaal nog niet. Dus graag tips.


Ik breng een bezoekje aan de neuroloog. Niet omdat er iets mis is met mijn hersenen, niks medisch in ieder geval, maar omdat ik een nachtje op die afdeling heb doorgebracht. Gewoon routine. De vrouw geeft mij een stevige hand en noemt alleen haar achternaam. Haar blik staat op ijskoud. Ze sleurt me bijna naar binnen met de handdruk die onzichtbaar heeft aangehouden. Niet omdat ze mij zo leuk vindt maar duidelijk omdat ze geen tijd heeft. Mijn oog valt meteen op de 4 zakjes met bruine boterhammen die bij haar computer liggen. Wanneer gaat ze dat allemaal opeten?


Ze kijkt onafgebroken naar haar beeldscherm, typt af en toe wat in en stelt mij, zonder me aan te kijken wat routinevragen waar ze eigenlijk geen antwoord op wil hebben. “Ja, je hebt gewoon veel te doen, dan kun je omvallen, dat gebeurt bij wel meer mensen, en ik hoor dat je daar iets aan doet. Prima. Let op je ademhaling want hyperventilatie is gewoon een kwestie van hoog in de ademhaling zitten ok?” (en nou opzouten want ik heb nog meer te doen en ik moet ook nog al mijn brood opeten). Ik kijk naar haar te hoge staart en naar haar bruine bril met te dik montuur die haar er niet vriendelijker op maakt. Ik oordeel niet, ik constateer.


Eigenlijk vind ik dit helemaal niet ok, bedenk ik, als ik even later in de auto zit. Ik had net zo goed thuis kunnen blijven. Maar ik heb wel weer van alles gezien, ter inspiratie. Zoals de kalknagel in de bruine leren slipper, de man met obesitas die een enorme snack naar binnen zit te werken, de man die graag vrouw wilde worden maar eerst maar eens moest bewijzen dat het echt zo was door met roze wol een sjaal te gaan breien. En dat is dus helemaal niet goed voor mij.


Dus als je me binnenkort ziet zitten in een soort van stemhokje sluit ik mij dus af.  Vul maar vast in: Kan (tijdelijk) niet goed tegen prikkels. Heerlijk rustgevend.

Kamp

Op ‘onze’ school gaat niet alleen groep 8 op kamp maar eh (eens in de twee jaar)...alle groepen.  Groep 1 t/m 4 blijft weliswaar niet slapen en groep 1/2 komt maar één dag maar ze zijn er. Het is een hele happening en zonder een groep enthousiaste ouders zou het ons ook nooit lukken maar de blije gezichten van de kinderen zorgen ervoor dat we er iedere keer weer aan gaan staan.


Als kleine kinderen kiezen we met het team zorgvuldig onze bedden uit. Ik geloof dat ik goed heb gekozen. Boven in het stapelbed bij het open raam (zouden hier ook gekken in het bos zitten die dan ‘s nachts door dat raam klimmen?) samen met iemand die in zijn slaap praat, en iemand die snurkt..als we al kúnnen slapen dan. Want dat is bij sommigen al duidelijk, uren voordat we naar bed gaan. “Ik heb een set tuinkussens meegebracht voor onder mijn matras maar ik weet zeker dat ik geen oog dicht ga doen, echt zeker” zegt mijn collega, die overigens niet bij ons ligt maar bij twee leerlingen…en ik zie haar al liggen met haar neus tegen het plafond.


En dan zijn alle kinderen een beetje van ons allemaal. Grote verantwoordelijkheid. Een uitputtingsslag maar ook een cadeautje. Een club om van te houden, en de club houdt van ons. Knuffels uit onverwachte hoeken. Stoere mannen met pluche beesten en kleine oogjes op de, met ondefinieerbare, ranzige, vlekken besmeurde banken. “Wij willen eigenlijk wel naar bed juffie.”


‘s Avonds als alle in bed ligt, fluisterend (voor zolang het duurt) op diezelfde smerige bank met ‘ons’ team. Gierend van de lach. Teenslippers met sokken (wit met moddervlekken het liefst), dé trend van deze zomer, drankjes ‘atten’ (“Wie is Ad?” zegt mijn collega van de tuinkussens, “Het is toch ik at, hij frat?”) verloren gelopen Dudes en twintig hoeren. Oja, nu vergeet ik de geest uit de kachel nog.


De volgende ochtend worden we met applaus gewekt door de meiden van groep 8. Heerlijk geslapen. Wel wat kort maar ja. Altijd nog langer dan, en ik krijg nu toch wel medelijden, ‘zie je wel, ik zei toch dat ik geen oog dicht zou doen’.


Op de fiets naar het zwembad. Niet te veel over nadenken en gaan met die banaan. “Juf, hebben jullie elkaars pieliewielie weleens gezien?” vraagt een leerling. Echt tot een zinvol antwoord komen we niet. Ik laat me verleiden tot de wild-waterbaan, die zijn naam zeker eer aan doet en vlieg in een rubberen band over de, met vlagen geheel donkere, glijbaan. Echt iets voor mij..ben blij dat ik niet half hyperventilerend uit dat ding kom.


En dan weer lekker thuis in mijn eigen bedje, bij mijn eigen schatjes. Met een glimlach op mijn gezicht ben ik me er weer even van bewust waarom ik ook weer ooit voor dit beroep gekozen heb. Een fijn bezit. En dat komt niet alleen door de kinderen, die heus soms wel hun ‘momenten’ hadden, maar vooral ook door een heel, heel fijn team! Dankjewel allemaal.


Sofia

Sofia


Als we op het vliegveld aankomen zie ik ze al staan, rokend, in bosjes. Er zijn twee soorten. Soort 1: Vierkante hoofden, witte gezichten, vettige lijven met Russisch dna. Soort 2: het meer zigeuner-achtige type, kleiner, donkerder. Overeenkomst: hangende mondhoeken en chagrijnig humeur. Er blijken ook twee soorten kapsel te zijn, bij vrouwen. Soort 1: Gewafeld van boven, steil van onder. Soort 2 is geverfd in één of meerdere pastelkleuren. Overeenkomst: Het haar is zo dor en droog als een pak stro.


Bestemming: Sofia. (Ja, van Bulgarije). We (drie meisjes)  landen op een troosteloze luchthaven met Oostblok sfeer en toiletten waar het gebruikte papier en de geur van pis op de grond ons tegemoet komt. De alleen Bulgaars-sprekende taxichauffeur met bloempotpony en rotte tanden lult ons racend en glimlachend naar een plek vanwaar we nog een kwartier moeten lopen naar ons appartement. “No closer!” Afzetter!


Gelukkig komt onze appartementverhuurster vrij snel druk bellend aanlopen. Ondanks dat ze heel hard roept is ze best wel aardig. Ze puft harder en harder na elk telefoontje dat ze krijgt maar buiten de losliggende elektriciteitsdraden niks aan te merken op appartement Nadia. Ik vraag me dan altijd af: waar blijft Nadia dan als wij hier mogen ‘wonen’. Tijd om de stad in te gaan.


Wat een verrassing is Sofia.Het lekkere weer is al een cadeau op zich. ‘Free Sofia Tour’ ook. Viktoriya leidt ons naar de mooiste plekjes. Kerken, badhuizen (met zwavelbronnen tegen hartklachten, misschien zelf gebroken harten en gevoelige darmen), monumenten en beelden (lees baby’s )met een ‘golden dick’ We eten de lekkerste gerechten, zijn getuigen een Bulgaarse bruiloft en huilen van het lachen om typische ‘daar-had-je-bij-moeten-zijn dingen (ik geloof dat ik geen Bal-kan!,of: ‘Would you like a plate? No thanks..wait I give you a plate, of ‘what kind of salat do you have…?.. With chicken...or...yes...strawberry (en lees dit met zwaar oostblok-accent) en vrouw met zanger-van-Europe haar...hee er bestaat dus een derde soort kapsel)


We ontdekken ook een derde soort Bulgaar. Het vriendelijke, veel knappere type. Normale mondhoeken, alles in het werk stellen om het ons naar de zin te maken. Zo hoort het. Als we aan het eind van de middag terug komen bij ónze bar in ónze eigen winkelstraat worden we hartelijk begroet. Als we gaan een dikke knipoog..thanks...of eh ‘dobre’...wat dat dan ook precies mag betekenen.


Veel te snel zitten we alweer in een taxi terug naar het vliegveld. Deze chauffeur verstaat wel Engels maar scheurt, al bellend, nog harder over de Romeinse bestrating. Ik heb het gevoel dat ik met mijn lichte kater best wel eens zou kunnen kotsen. Gebeurt niet. Keurig zet hij ons af bij Terminal 2. Eh sorry.. Terminal 1..wij zijn namelijk een beetje te laat naar bed geweest en hebben niet op onze papieren gekeken. Even lijkt het erop dat hij ‘not amused’ is maar besluit er dan toch maar om te lachen. Groot gelijk. Hij kan ons tenminste met een goede reden ‘afzetten’.


Flying (Dutch)

Dextro (om flauwvalmomenten te voorkomen):, check, poncho (voor aangekondigde fikse buien): check, paspoort (stel dat ze denken dat ik onder de 18 ben): check. Schoolreisjesgevoel (en ja we gaan ook met de bus want een kaartje zónder busticket kopen was niet meer mogelijk) (zodat ik me vanzelf net boven de 18 voel): check!


Op de parkeerplaats tussen zwembad de Tongelreep en de ijsbaan staat een vrouw. Praktisch kort haar, lichtblauwe blouse, zwarte broek. Ze roept wat in het rond en ze regelt,  want ze hoort bij de bus en blijkt onze chauffeuse. Het is alleen de vraag of ze zelf in de bus gaat passen. Het is puur geluk dat we in de bus zijn gestapt die we vanavond ook nodig gaan hebben. Als het festival is afgelopen hebben we daar anderhalf uur de tijd voor. Makkie dus.


Hoewel ik veel meer van de Rockfestivals ben, heb ik altijd de stiekeme wens gehad om plaatjes te draaien. Superstoer om achter zo’n draaitafel te staan.Op de een of andere manier krijgen we het vrij gemakkelijk voor elkaar om helemaal vooraan te komen, en staan we oog in oog met de groten der aarde op DJ-gebied. Stuk voor stuk krijgen ze het voor elkaar om een menigte van 40.000 mensen te laten springen. “Eindhoven, put your fucking hands up, and make some fucking NOISE”  Natuurlijk heel flauw om dan te roepen: “You mean Eersel? This is the fucking E3Beach.”


Met een glimlach op mijn gezicht bestudeer ik de beveiligers, met veel te grote werkschoenen, tussen het podium en het hek waar we tegenaan hangen, de cameramannen en fotografen (die strijden om het hardst om de beste plaatjes te schieten), de special-effects-checkers en de bekende Nederlanders die af en toe opeens opduiken. Gelukkig overleven we de toch wel hevige onweersbui die overtrekt. Zelfs zonder op onze hurken te gaan zitten maar schuilend onder de bomen (sorry mam) bij de ‘friettent’.


De rit naar huis is een avontuur op zich. Blauwe blouse, zwarte broek, goede busnummer, zo gevonden. Maar dan. We weten dat we nog anderhalf uur moeten wachten maar ook na die tijd blijft de bus roerloos in het modderige veld staan. Busvrouw raakt geïrriteerd.”De deur moet dicht want mijn baas doet ‘lolijk’” (het woord lelijk komt wel heel raar uit haar strot en we zijn zo moe dat we hier heel hard om moeten lachen). Ze doet alle lichten aan en zet de muziek keihard. Het gezicht van mijn zwager is onbetaalbaar. Er blijkt een andere bus in de sloot te zijn gegleden en daardoor kan er niemand meer door. Er moeten nog 600 bussen het terrein verlaten. Drie uur later: Leaving the E3 beach, Flying home. Gas erop vrouw!


Vier uur nadat de laatste DJ zijn koptelefoon heeft afgezet lig ik lekker in mijn eigen bedje. Met de auto hadden we er een kwartiertje over gedaan maar ach wat maakt het uit... Feels like Flying!