Bank

Bank


Met bolle buik probeer ik wat exemplaren uit. Er is haast bij maar over dit soort dingen zijn we het snel eens. Huis op de begane grond, bank, baby. Ongeveer in die volgorde.Soms moet je snel worden. Babymeisje nog in mijn buik en bank voorlopig dus nog veilig.


Bijna tien jaar later. Mijn lief ontdekt het minischeurtje als eerste. Het kan nu nog gemaakt worden maar we weten allebei dat dat niet het enige mankement is. Je kunt er eigenlijk niemand meer op laten zitten. Vlekken zijn niet langer onzichtbaar. Slijtageplekken zijn nog te camoufleren maar wij weten wat niemand weet. Een selectie van diverse soorten vlekken kan ik wel geven. Baby-iets-teveel-melk-dat-tuf-ik-uit, baby verschonen zonder er iets onder te leggen, zweetvoeten van springende kinderen, kots, ijs, bloed, pastasaus, stroop, wijn, snot, mayonaise en God weet wat nog allemaal meer.


Ik weet dat ik binnenkort afscheid moet nemen van deze comfortabele plek. Ik zie mezelf zitten, Nieuwjaar 2008. Kraamweek net voorbij. Achter mij knalt het vuurwerk. Op mijn borst ligt mijn babymeisje languit te slapen. Ik ben moe, mijn glimlach kan niet groter zijn.Zieke kindjes, onder dekbedjes, herhaald kijkend naar Nijntje. Volgepropt met familie tijdens verjaardagen, urenlang film- en tv plezier en eindeloze gesprekken. Afijn. Iets nieuws besteld.


Wat doen we met het oude ding?Ze nemen hem niet mee. We kunnen natuurlijk zo’n fijne aanhanger huren. Is gedoe. We kunnen natuurlijk ook.. We slopen hem gewoon. Als roofdieren die hun prooi gaan verslinden, maken we gaten met messen. Het lijkt wel een gebraden kip. We trekken hem met z’n allen uit elkaar. De bekleding wordt eraf getrokken alsof het huid is. Mijn lief breekt de ‘botten’ met een lompe, rubber hamer. Spiralen springen in het rond. Bezweet en met onze handen vol krassen, slepen we de stukken van het karkas naar de auto. Kinderen maken salto’s op de schuimrubberen ingewanden. Ze hebben de grootste lol.


Het is leeg in de kamer, het klinkt hol. Nog een paar dagen en het zal hier gevuld zijn met een grotere hoekbank. Klaar om onze pubers in de toekomst, liggend te kunnen dragen. Klaar voor schone voeten. Niet meer springen. “Kijk uit voor de nieuwe bank”, hoor ik mezelf af geërgerd roepen. Ik huiver voor de eerste vlek. Ik kijk uit naar het moment dat we gewend zijn aan onze nieuwe gebraden kip,  waar natuurlijk weer gewoon op geleefd gaat worden.


Vakantie (2)

“Kijk, je kunt dus geen rust nemen als je het druk hebt, snap je?”, zegt de mevrouw terwijl ze me glazig aankijkt. Eigenlijk snap ik er niets van. In het kader van je-valt-niet-zo-maar-flauw, heb ik mezelf, met lichte weerstand, naar de ademhalingstherapie gebracht. Wat ik er dacht te vinden heb ik (nog) niet gevonden. “Je kunt alleen ontspannen als je in volledige rust verkeert.”, gaat ze verder. Ik kijk glazig terug. Ik dacht dat ze me wel even zou leren hoe ik anders moest ademen. NOT dus.


Maar ja, het zijn de laatste weken voor de zomervakantie en ik zie iedereen om mij heen op zijn of haar tenen lopen. Ik zie in ieder geval niemand die in ‘volledige rust’ verkeert. Weken vol met Cito-toetsen en feesten, optredens en rapporten, etentjes en zwemdiploma’s binnenharken. “Ik ben niet moe”, zegt onze dochter snikkend als ze voor de verandering een keer op tijd in bed ligt. Haar ogen zijn nog groter dan anders en er zitten blauwe kringen onder. Ik heb alleen geen fijne onderbroek aan, daarom huil ik, en ik heb een muggenbult. Het snikken gaat over in hartverscheurend huilen. “En ik moet misschien weg bij mijn vriendinnen!” Aan haar school de onmogelijke taak om een fantastisch klasje uit elkaar te rukken. Niet te doen. I know.


Onze zoon gaat iets anders om met deze ‘eindeschooljaarstress’. Hij heeft een feestje van twee jongens uit zijn klas. Het is zes uur ‘s morgens en hij is, met zijn grote tas met twee cadeaus, een strandlaken en zijn zwembroek op ons bed geklommen om vervolgens een debat te voeren over wat er eventueel gegeten gaat worden. Hij is niet te houden.


Ow, ik MOET trouwens nog een optreden voor onze zevenenveertig (!) kleuters (in één klas???? Ja in een klas...maar ach ik ben niet alleen) maken, cadeautjes kopen voor de juffen (wat niet mag maar wat ik toch doe), het liedje voor groep acht afmaken, hier en daar afscheid nemen, zorgen dat de zon zich een keer laat zien en o ja, nogmaals naar die mevrouw. Ik MOET namelijk ontspannen. Eerst nog even genieten van het trotse gezicht van mijn zoon met eindelijk een zwemdiploma, de borrel die ik nog ga drinken op het feest van 100 jaar ST Jansschool , de tranen van groep acht, het heimwee-gevoel van de laatste schooldag en de voorpret van het inpakken voor de vakantie.


En dan ga ik het doen (al weet ik nog echt niet hoe). Complete rust. Mocht het weer het toelaten, denk ik op het strand nergens aan. Kijk ik niet naar bijzondere kledingstukken van bezienswaardige mensen. Schrijf ik daar niets over op. Laat ik geen nieuwe creatieve ideeën mijn hoofd binnen komen. Zie ik nergens potentiële nieuwe typetjes of hoor ik niemand geweldig leuke, verkeerde opmerkingen maken. Bedenk ik niet wat die typetjes zouden zeggen of doen. NIETS. Geniet van de zomer. Wat je ook gaat doen. Tot daarna...