Pretpark

“Oma heeft het met haar gezicht verraden”, zegt mijn zoon in de auto als we van de verjaardag van ons mam naar huis rijden. Omdat ze vijfenzestig is geworden gaan we een dagje weg. “Het begint met een T”, zegt ze tegen haar kleinkinderen maar ze had net zo goed meteen Toverland kunnen zeggen want dat staat nu zo ongeveer op haar voorhoofd. Net als mijn oma, kan mijn moeder het niet heel lang volhouden om iets voor zich te houden.


Het blijft toch een hele happening zo’n pretpark. Hordes mensen, die zich van de ene naar de andere attractie verplaatsen. Allemaal brengen ze zichzelf mee. Al dan niet in een rugzak, maar stuk voor stuk hebben ze hun eigenaardigheden. Picknickmanden, vermomd als gereedschapskist, worden het park ingedragen. Gillende kinderen. Ook hier weer voldoende obesitas. Leggings met T-shirts, of moet ik zeggen tunieks, die te kort zijn omdat ze nou eenmaal de breedte moeten bedekken. “Kevin, hedde gij al een broodje ge-eten?” schreeuwt een oma tegen haar uit de kluiten gewassen kleinzoon die best zelf kan bepalen wanneer hij een broodje wil eten.


Nee, dan ons eigen gezelschap. De een draait er haar hand niet voor om een keurige flikflak op de balk te maken maar is toch lichtelijk in paniek bij het zien van een ronde boot met openingen, stel dat die boot in tweeën scheurt. De ander ligt bijna hyperventilerend in de nagemaakte grot van de claustrofobie en de volgende slaat de bobbaan liever over omdat er in de wachtrij een leeuw met rollende ogen te zien is.


Mijn dochter heeft oma zover gekregen dat ze meegaat in de wildwaterbaan. “Dat durf ik nog wel, die is niet zo heel hoog!” Hoog misschien niet, maar wel hard. “Mama!!!” , roept ons mam keihard tijdens de rit naar beneden. Ik ben benieuwd wat mijn oma had kunnen doen. ‘Stil maar schatje, je bent er zo.’ Drijfnat, maar met pretogen, komt mijn moeder uit de het boomstammetje.


Ik hou onze zesjarige zoon niet voor een hele grote held. Hij ligt ‘s nachts soms te roepen van angst om van alles en nog wat. Opeens heeft hij, na een nauwkeurige studie, besloten dat hij in de grote houten achtbaan wil met zijn oom. Ik geloof niet dat ik het wil zien.  Ik hoor het straks wel. De foto verraadt dat hij de hele rit zijn ogen dicht heeft geknepen maar hij kan niet uitgepraat raken van enthousiasme...kleine grens verlegd..ook voor mama.


Als de dag bijna voorbij is krijg ik, na een harde windvlaag, opeens een plastic dienblad tegen mijn lip. Ik weet niet of dit ook een activiteit is maar het is een ieder geval wel een attractie voor de anderen. Waarom heb ik altijd zulke achterlijke dingen? Moe maar voldaan in de auto. Heeft iedereen iets gezien/gedaan/toegestaan/gevoeld wat eigenlijk heel eng is? Goed zo, dan klopt het dat we in een pretpark zijn geweest. ´Mama!!!’ bedankt voor de leuke dag!


Ziek (2)

Huilend zit het jongetje op het mini-wctje. Zijn wimpers lijken nog langer nu ze nat zijn. Zijn grote bruine ogen schitteren nog meer dan anders. Niet van plezier of ondeugendheid deze keer maar van ellende. Of het krokodillentranen zijn moet ik nog bepalen maar mijn hart is al gesmolten. Mijn moederhart én mijn juffenhart. “Ik heb zo’n heel erge buikpijn”, zegt hij snikkend in mijn oor. Ik moet het manneke wel knuffelen. Ik geloof ik dat ik zijn mama maar ga bellen.


“Hoi met Janske, de juf van..”, dat zeg ik er steevast bij. Stel je voor dat mama even niet in de gaten heeft wie ik ben. Tsss, natuurlijk heeft die mama wel in de gaten wie ik ben. Ik kan ook zeggen: ‘met juf Janske’ maar ik ben natuurlijk niet de juf van die mama dus dat slaat ook nergens op.


Als ik een paar dagen later thuis aan het werk ben gaat de huistelefoon. Dan zijn er een paar mogelijkheden. Het is óf ons mam, óf mijn lief als ik mijn mobiel niet gehoord heb, of een bedrijf dat mij zakelijke energie wil aanbieden omdat ik tenslotte een ‘eigen bedrijf’ heb. Of ik mijn kantoor niet zakelijk wil verwarmen. Het nummer herken ik niet maar ik voel meteen dat het om een van de kinderen gaat. “Hoi met..” Ze hoeft niet verder te praten. Ik hoor meteen dat het de juf van mijn zoon is. Dat zegt ze even later ook, maar het is overbodig. Fijn om te weten dat ik de volgende keer ook maar twee woorden hoef te zeggen. ‘Wat heeft hij gedaan?’, flitst als eerste door mijn hoofd.


Als ik op school arriveer, staat hij met hangende schouders in de deuropening van de wc-tjes. Hij begint heel hard te huilen en strekt zijn armen naar mij uit, alsof hij weer vier is en ontroostbaar het voetbalveld verlaat. ‘Ik wil alleen nog maar bij jou zijn.’ Bijna zeven is hij maar nu zielig ziek. Aarzelend loop ik de klas van onze dochter binnen. Haar juf is nieuw, en in tegenstelling tot de helft van de juffen, die ik mede door mijn eigen baan goed ken, ken ik haar niet en voel ik me bezwaard. ‘Pffff, weer zo’n moeder die tijdens de les binnen komt met een onnozele opmerking.’ Ik kan moeilijk vertellen dat wij daar een sketch over hebben gemaakt en dat ik haar begrijp. Ons meisje groeit een halve meter als ze hoort dat ze alleen naar huis mag komen. Zielig voor haar broertje, fijn voor haar.


Hij slaapt de hele middag. Als hij wakker wordt zegt hij: “Zo, nu lust ik wel een appeltje met kaneel en een Fristi.” (melk met ranja). Avondeten gaat er goed in. Om 21.30 komt hij naar beneden. “Ik geloof dat ik niet kan slapen.” Hij kruipt tegen me aan en bekijkt de fotomodellen op tv, die aan de Euromast hangen. “Dat ga ik ook doen”, zegt hij stoer. ‘Huhhuh’ denk ik. En nu lekker naar bed. Tot morgen juf!

Boodschappenlijstjes

Het begint rare vormen aan te nemen. De drang naar het oprapen van boodschappenlijstjes met gevaar voor eigen leven. Een schaafplek op mijn rug, van het onder een winkelwagentje duiken en een gekneusde vinger (nee, ik heb geen dikke vingers en nee, ik kan er ook niets aan doen dat mijn handen zijn gevormd met het dna van mijn opa Huub) omdat ik ben blijven hangen tussen twee wagentjes tijdens het graaien. ‘Wat doet dat mens daar onder dat karretje?’ ‘Ze zal wel een oorbel kwijt zijn of zo.’


Vooral hanenpoten trekken mijn aandacht. Hanenpoten op een stuk afgescheurde envelop of een halve verjaardagskaart. Dan maak je de meeste kans op leuke spellingsfouten. Daarnaast zijn de keurig nette, gestructureerde lijstjes ook heerlijk. Je voelt de stress er doorheen. De energie die het kost om echt NIETS te vergeten.


Zo is daar Piet van de Schoot. Uw keukenvakman.Dat staat tenminste voorgedrukt op het briefje. Zijn vrouw doet de boodschappen. Groot slordig handschrift. Ze heeft snoeptomatjes nodig en komkomer en ook rauwkustsalade. Verder 4 Westmalle met een grote streep erdoor. Ik denk dat Piet ze niet verdiend heeft. Of deze oma, die graag woorden aan elkaar plakt. Ze moet op pad voor een ‘gids Mickey rode kool’ en ‘lever pasty inleg spinazie’ Probeer dat maar eens niet voor je te zien.


De wonderlijkste dingen zijn te koop in de supermarkt. Stofvlees, cibata, korander, chel (voor in de auto of voor in je haar?), cofi, biefie, joghert (is dat een hert dat af moet vallen?), odol (ja ik weet wat dat is, dat had oma vroeger maar ik moet dan toch aan iets anders denken), wim, kolliepads, creso noten, minola’s, speciboontjes, meusli, spuitroom, knacke, kromkom, reclame, kruimig aard niet vastkokend, schips, paard, 6/8 tomaten, douche jan, brocolie, snitsel, drap, 2 creme fraiches, lekkere kaas voor kids, pakjes drinken voor mee te nemen naar de ijsbaan, paaseieren of dergelijk voor te verstoppen (NIET TEVEEL) (zijn jullie er nog?)


Mijn verzameling kan niet groot genoeg zijn dus doe eens gek, duik eens onder een karretje. ‘Ons pap’ is al bezig voor mij. Maar ons pap heeft laatst zijn autopapieren bij mij thuis uit zijn broek laten vallen tijdens een toiletbezoek. Autopapieren in een mapje met van alles en nog wat. Inclusief een op maat geknipt, permanent, keurig geschreven boodschappenbriefje. In drie rijen staan de producten, per winkel, gesorteerd. Pap, wat is het verschil tussen kwatta en chocola? En waarom twee keer sinaasappels? Zorg maar dat je dit niet kwijtraakt. Waarom denk je dat ik zelf zonder briefje op pad ga…


Nieuwe rage: Mensen kruipen massaal onder winkelwagentjes om briefjes te pakken. Jullie weten me te vinden!


Groot

Op de bank ligt een best grote voet. Daaraan vast zit een mannetje van bijna zeven jaar. Ik weet zeker dat hij zes weken geleden kleiner was. Toen kwam hij net uit groep drie. En groep drie is voor kleine ‘prupkes’ die leren lezen dus dat hoort nog bij de categorie mini’s. Het mannetje dat bij de grote voet hoort kijkt naar het Klokhuis en kraamt allerlei wetenschappelijke teksten uit over vulkanen die onder in de zee liggen. “Dat wist jij niet hè mama!” De klank van het woord mama is ook volwassener geworden, zelfverzekerder. De volgende dag in de schoenenwinkel krijg ik gelijk. Anderhalve maat erbij in zes weken. Kom maar op groep vier!


De pyjama die uit de verpakking komt zou ik zelf met een beetje moeite aankunnen. Het meisje dat naar groep zes gaat met haar acht jaar past er dan ook eigenlijk nog niet in maar dat zal niet zo lang meer duren. Haar blik is wijzer, kijkt me soms aan alsof ik er geen fluit van weet. Alsof ik van een andere planeet kom. “Mama!!! Dat is echt heel raar wat jij zegt, en je mag niet zingen op het fietspad. Stel je voor dat iemand dat hoort!” Oké, zijn we daar al beland.


Ze moet trouwens ook alweer een nieuwe identiteitskaart en dus foto’s. Als ik haar haar een beetje wil fatsoeneren zie ik dat er een hele hap uit  is geknipt. Ik stel haar de onnozele vraag of ze haar haar heeft geknipt die zij beantwoordt met een onnozel: Nee. “Of ja, eigenlijk wel maar papa was aan het werk en ik moest het zelf oplossen. Er zat een kam vast in mijn haar en die heb ik toen uitgeknipt.” De proppen haar zitten verpakt in stukken wc papier in het afvalbakje in de badkamer. Oké, zijn we daar al beland. De superlieve kapster fatsoeneert mijn meisje gelukkig en geeft haar het gevoel dat het ook weer niet zó erg is.


Beneden klinken rommelgeluiden. Ze komen uit de speelgoedkast. Mijn grote, kleine schatten, halen het serviesje en het keukentje tevoorschijn. Ook de miniboodschapjes hebben ze nodig. Mijn zoon loopt met een koksmuts op zijn hoofd door het huis. De vakantie is bijna voorbij dus broer en zus willen de laatste uurtjes, van die zee van tijd, goed besteden. Gelukkig ze hebben een terugval, zo groot zijn ze nou ook weer niet.


Maandag allemaal nieuwe juffen. Nieuwe juffen die ze nog groter laten worden. Ik zal ook weer eens aan de slag gaan. Eens kijken of ik ervoor kan zorgen dat onze kleuters over een tijdje ook allemaal weer nieuwe schoenen nodig hebben.