Schoolvoorstelling

‘Ouders gevraagd voor de herfstwandeling!’ Superleuk! Met een groepje kinderen, waaronder je eigen kind, de natuur in en dan allerlei weetjes vertellen. Enorm ontspannend! Bij dit soort oproepjes wil ik altijd het liefst zelf áchter een boom gaan zitten of net doen of ik het niet gelezen heb. Ah jammer, net te laat. Ik ben heel blij dat andere ouders dit altijd, met veel overgave, wel doen want ik wil dit mijn kinderen zeker niet ontnemen maar ik eh….(hier fluisteren) vind het gewoon niet zo leuk om te doen.


Zwetend zie ik mezelf voortploeteren door de modder met een groep (ach, zij is zelf toch ook juf, dan kunnen we die en die wel bij haar in het groepje zetten) voornamelijk jongens en meisjes van het type: ‘ik ben niet op mijn mondje gevallen’ aangevuld met mijn zoon, die zich dan ook als een aap gaat gedragen of mijn dochter, die de boel een beetje gaat compenseren en mij blikken toewerpt die zoveel betekenen als: ‘je doet het prima mama!’, of erger nog: ‘rustig blijven mama!’


Natuurlijk wil ik wel helpen op school, anders kunnen er veel dingen niet doorgaan en dat wil ik ook niet. Ik word wel blij van: ‘wie wil er kinderen naar een voorstelling brengen?’ Ja hoor, kom maar op. Moeders not allowed. I know. Nog zie ik de blikken van de moeders die ik vriendelijk doch dringend gevraagd heb om de zaal te verlaten. Jaren geleden, toen ik nog op een hele grote school werkte met mensen van, zeg maar, allerlei pluimage. Ze hadden in tien minuten meer herrie gemaakt dan de kinderen bij elkaar.


Met drie keurige meisjes in mijn auto ben ik op weg naar een voorstelling van Peter en de Wolf. Ze spreken hun verwachtingen uit en nomineren een klasgenoot die straks ‘Saai!’ zal gaan roepen. Toch jammer dat ik niet mee naar binnen mag. De juf ‘sneakt’ mij, omdat ze weet dat ik het écht leuk vind, op het allerlaatst toch nog mee. Yes!


Ik word meteen gegrepen door de manier waarop ze het verhaal voor kinderen bewerkt hebben. Prokofiev komt binnen. Niet alleen bij mij. Het is voornamelijk muisstil in de zaal. En wat een fijne rol heb ik. Ik hoef niemand, die net iets te hard klapt of bijna van zijn stoel af valt te corrigeren. Ik hoef geen raar gezicht te trekken bij de vraag: “Juf, mag ik mijn schoenen uit doen?” Ik kan zelfs af en toe stiekem naar mijn dochter kijken. Haar dromerige blik verraadt dat ze helemaal in het verhaal zit.


Mooie interactie, theaterdingen die wij ook nog kunnen gebruiken. “Saai”, roept er een (en de meisjes krijgen geen gelijk wat de persoon betreft) als hij de zaal verlaat. Hij liegt. Pure groepsdruk. Hij vond het prachtig, zeker toen een van de muzikanten de wolf wilde doodschieten met een waterpistool. Dankjewel dat ik mee mocht! Nog ouders nodig?


Blok

Ik ben vandaag als een blok gevallen. Nou ben ik wel vaker gevallen, ook als een blok maar dit is anders. Dit is pure verleiding. Zo’n blik zie je gewoon niet elke dag. Dat ik niet anders kan dan (ooit) op deze verleiding in te gaan wordt ook nog verstevigd door een ONaangename ontmoeting met een andere soort. Ik doe mijn best, sinds deze andere soort ook deel uitmaakt van mijn familie en vrienden maar dit exemplaar vertegenwoordigt zijn soortgenoten niet heel voordelig. Hij springt grommend tegen me op en kijkt me arrogant aan. Hij zegt nog net niet: “Waar is jouw hond gvd, ik wil vechten!”


Mijn kinderen zeuren zich te pletter om een huisdier. Argumenten genoeg om het niet te doen. In het kort: ze stinken, ze maken rommel, slopen je spullen, ze kosten veel geld, je kunt niet meer op vakantie en ze gaan DOOD, zielig hè? “Aaaaaaaahhhhh, mogen wij please een huisdier, dan zullen wij ervoor zorgen!”  Als we ooit overstag gaan wordt het een poes (ja, een vrouwtje want op territorial pissing zitten we niet te wachten). Nee ik wil geen vis, (suf) en geen hamsterachtigen (nachtdieren), ook geen konijn (knaagt de kabels kapot en maakt nauwelijks contact). Don’t worry schoonzusje, het is nog niet zo ver…


Op mijn werk hebben we tegenwoordig een schoolpoes. Ik kan er niet tegen als poezen smekend naar me kijken, in de regen. Ze is van de buren en ze is gewend aan kinderen. Voor ik het in de gaten heb, heb ik haar al binnen gelaten. Ze zoekt een plekje in de poppenhoek, lekker knus. Even trainen en ze kan, net als Siepie van Jip en Janneke, rondgereden worden in een jurkje, in de poppenwagen.


Er speelt zich een dilemma af in mijn hoofd. Al bijna tien jaar ben ik poesloos. Haaruitval, kots op de net opnieuw beklede stoel, een naar zwarte bessen stinkende kattenbak, afgekrabde banken, want ja een krabpaal is voor mietjes, wat zijn dit voor brokjes?, die eet ik niet, wat een droge meuk, doe mij maar iets van nat vlees uit een zakje, en zo kan ik nog wel even verder gaan. Dus nee jongens er komt geen poes! Een blok aan ons been wordt dat.


Maar ja ik ben dus als een blok gevallen. Verliefd. Nietsvermoedend liep ik vanmorgen, toen ik de kinderen naar school had gebracht naar huis. En daar zat ze, een minipoes, voor het raam, rood met wit, hooguit twee maanden oud. Ik durf te zweren dat ze naar me glimlachte. Het smelten van binnen was van een ander kaliber dan alleen maar: Aaahhh wat lief! Leuk voor een ander. Dit was (en ja ik zal fluisteren) een soort van ‘ik wil een baby’ maar dan anders. Dus-nee-jongens-er-komt-(nog)-geen-p-...oes.

Specialistenbezoek

“Wa denkte, of ik er tegenop zie?”, zegt de man geïrriteerd tegen zijn vrouw. “Ik moet dadelijk in mijn blote sjarrel tegenover die dokter gaan staan.”  Hij zegt het echt, niet al te hard maar toch nog verstaanbaar. Ze lopen achter mij en zijn, net als ik op weg naar een dokter die ergens in gespecialiseerd is, meestal in één specifiek lichaamsdeel. Nou wil ik niet zeggen dat dat van mij erger is en mannen jullie hoeven je niet te verdedigen en ik hou echt van jullie maar ik denk toch echt dat mannen het in het voortplantingsproces makkelijker hebben dan vrouwen.


Niet dat ik plannen heb om me voort te planten maar ik kan het nog wel, mocht ik me bedenken. Mocht de babykoorts toeslaan. Al dertig jaar kan het trouwens. Al dertig keer twaalf keer, min twee keer negen maanden, is meer dan driehonderd keer heb ik daarvoor mogen bloeden. Ja hoor mannen, jullie mogen hier al best afhaken, geeft niks. En toch minstens tweehonderd keer daarvan heb ik mogen verrekken van de pijn. Nog steeds hoor ik de stem van mijn oma zeggen terwijl ik met hevige buikkrampen in elkaar gedoken op een picknickplaats zit. “Wilde dan misschien een krentenbolleke mee ei?” ‘MMMM ja, dat lijkt me heerlijk, zeker nu!’


Licht gespannen en met twee heftige pijnstillers in mijn maag loop ik naar de balie. Waarom ik mezelf moet beschermen tegen pijn is me niet helemaal duidelijk. Een inwendige echo is niet leuk maar dat het zeer doet kan ik niet zeggen. Een eendenbek (wat een belachelijk woord) is zeker niet leuk maar pijn? Dus stel ik me voor dat ze met groter geschut aan zullen komen. Een toekanbek of een pelikanenbek of doen ze dat tegenwoordig met krokodillen?


Een kwartier te laat krijg ik een ietwat slap en nog niet helemaal zelfverzekerd handje van, laat ik hem Jaap noemen, Jaap de Co, en een stevige hand van zijn meerdere, een vriendelijke (vrouwelijke) gynaecoloog. Jaap mag de vragen stellen. Jaap is nog piepjong en had mijn zoon kunnen zijn. Hij stelt mij vragen waarvan ik me kan voorstellen dat hij daar zweet van onder zijn oksels krijgt. Vragen waarbij ik me afvraag of hij ze zelf al ooit in praktijk heeft gebracht.


Dan mag Jaap meekijken. Ik krijg een discreet handdoekje zodat het niet te gênant wordt. Het kan niet zo zijn dat hij heel veel ziet. Ik weet niet of ik blijer ben voor hem dan voor mezelf. Professioneel gaat zijn blik naar het scherm. Gelukkig, ik ben nog goed! Geen dierenbek nodig. Geen sporen van DE OVERGANG (want daar doe ik gewoon niet aan mee),  en geen rare dingen maar wel iets wat even opgelost moet worden. Elke maand pijn is niet nodig. Daarom krijg ik dit jaar van Sinterklaas een schone baarmoeder. Fijn hè.


Wat is erger..een mannelijke Co die zich keurig gedraagt of een vrouwelijke Co die aan zijn sjarrel moet voelen? Ik begrijp jullie wel hoor!


Maria

“Krijgen we dan ook van die gekleurde doorzichtige blokjes bij het eten?”, zegt onze zoon als hij de reispapieren van Portugal op tafel ziet liggen. Gekleurde, doorzichtige, drillende blokjes waar ik kippenvel van krijg. Gekleurde, doorzichtige, drillende, mierzoete blokjes: Jelly. Hij heeft het onthouden van twee jaar geleden en kan niet wachten.


Ik ben altijd een beetje allergisch voor ‘all inclusive buffetten’. Spookbeelden van waggelende obesitas figuren die kwijlend langs de gerechten gaan en hun borden vol  ‘laaien’ met suikers en koolhydraten en dat achteloos naar binnen werken, of erger nog, de helft laten liggen om aan de volgende ronde te beginnen. Ik denk dat we het dit jaar met een bescheiden ‘half pension’ ook wel redden.


Als we, vrij laat, in ons hotel aankomen mogen we meteen aanschuiven. Half slapend en spierwit van vermoeidheid pakt onze zoon een bord van de stapel. Hij scharrelt wat besluiteloos rond totdat hij ontdekt waar hij voor gekomen is. In alle kleuren lachen ze hem toe.Hij neemt ze allemaal. Ik besluit te negeren dat hij met een toetje begint. Hij prikt een blokje aan zijn vork. In zijn  ogen zie ik iets twinkelen. Hij stopt de traktatie in zijn mond en begint te kauwen. Zijn gezicht betrekt. Ik voel zijn illusie uit elkaar spatten. Ik proef, bijna zelf, de smerige gelatine die hij  aan het opeten is. Ik vind het verstandig om maar even met mijn eigen eten bezig te zijn. Dapper eet hij er nog een maar dan kan hij echt niet meer. Ik zie het voor vandaag door de vingers.


De volgende ochtend begint hij opnieuw en klaarwakker aan zijn ontdekkingstocht. Meteen ontmoet hij een nieuwe liefde. Haar naam is Maria, haar vorm is rond en haar smaak is zoet. Ze blijkt overal bij te passen. Op een boterham, op een pannenkoek en bij een bordje fruit. Omdat hij de yoghurt niet kan vinden, maar wel zin heeft in chocolade-cornflakes, pakt hij maar een schaaltje melk. Melk die hij thuis nooit drinkt omdat hij er kippenvel van krijgt, maar ja ,bij gebrek aan beter. De eerste hap doet hem zichtbaar walgen maar de afspraak: ‘Wat je opschept, eet je op’, dwingt hem tot een onhaalbare missie.


‘s Avonds zie ik onze dochter rondlopen met een bordje groente in de vorm van een gezicht, gevolgd door haar nicht met identiek gevuld bord, en identiek grote glimlach. Daarachter, op gepaste afstand, onze zoon. Zijn glimlach wat mysterieuzer, maar zeker ook tevreden. In zijn handen een bord met spaghetti en friet, bedekt met Maria..koekjes! “Dat heb ik goed gekozen hè mama?”, zegt hij triomfantelijk, terwijl ik een vette knipoog krijg. “Je moet dingen kiezen die je ook echt opeet en dit lust ik allemaal!” (‘dus waag het niet om er iets van te zeggen’ , denkt hij er achteraan).


‘Altijd al geweten dat Maria een helende werking heeft.’, denk ik als ik zondig zwijgend, met kleine hapjes mijn chocolademousse naar binnen werk. Misschien dat ik er volgende keer ook nog zo’n rond koekje bij neem...