Grow (in the dark)

Je kunt je bij deze titel allerlei foute voorstellingen maken maar dat hoeft niet. Je kunt bij deze titel denken aan iets wat er op lijkt, Glow (in the dark), maar dat is het ook niet. (Zie nu wel mijn kleine zusje voor me, jaren geleden, huilend, omdat haar zojuist van Sinterklaas gekregen glow-in-the-dark-diertje, met gesmolten poot tegen de schemerlamp van oma aan geplakt zit).


Het is voor kinderen, maar ik weet zeker dat er ook volwassenen zijn die hier opgewonden van raken. Het hoeft eigenlijk niet per se in het donker maar juist dan lijkt het te gebeuren. We hebben er nu vier in huis, allen gekregen, laat ik dat voorop stellen. Het zal dus wel hip zijn. Een heeft zijn weg terug al gemaakt. Verschrompeld als een bejaarde kijkt de Dino me, een beetje verwijtend aan. Alsof ik er iets aan kan doen dat hij er zo bij loopt. Naast de Triceratops hebben we nog twee krokodillen en een dolfijn. De dolfijn bevindt zich in de badkamer in een emmer water, de ene krokodil ligt te drogen op het aanrecht en de andere zit in een monsterlijke reageerbuis met vergrotend glas.


Waar ik over zeur? Als ze uit de verpakking komen lijkt er niets aan de hand. Hun formaat is overzichtelijk en hun blik slechts licht angstaanjagend. Hun huid is wat je ervan verwacht: hard en stekelig en de dolfijn gewoon lekker glad. Als ze in het water liggen, gaat het ook nog, hoewel ik me ‘s morgens te pletter schrik van de grote dolfijn, die niet meer in de emmer past. Het venijn zit hem in de staart. Niet van die beesten maar van het hele proces. Tijdens het groeien, geven ze af. Geen verf, of huid maar slijm. Ongelofelijk smerig slijm. Kinderen zijn kinderen en ze laten ze heus niet de hele tijd in het water liggen. Ze moeten er, ter vergelijking, ook uit. Al druppend en slijmend, zien ze het hele huis.


Kinderen zijn kinderen en die willen meer. “Mama, mogen wij een gummibeertje in een glas water doen?” “Geen gebras” , wil ik al roepen maar een stemmetje in mijn hoofd zegt: “Doe niet zo flauw, laat ze toch.” “Een nachtje laten staan en je hebt een reuzenbeer, echt heel leuk, mag het mama?” De volgende ochtend, als ik beneden kom word ik aangestaard door een bonk doorzichtige gelatine, die ooit een vrolijk rood gummibeertje was. “Er is niet veel meer van over, hè mama?” , zegt mijn zoon troostend, zelf totaal niet teleurgesteld. Ik vind het bijna zielig maar dat slaat natuurlijk nergens op, dus spoel ik de substantie door de gootsteen en pur het laatste stukje drillende beer met mijn vinger door het gaatje.


“Alle dieren uit het water nu!”, roep ik kordaat.Ik heb het gehad met die slijmballen. Tijd voor uitdroging. Krimp. ( in the dark…)

Reageren

Naam   E-mail Mijn url
Voer onderstaande code hiernaast in:
8dccc0
Onthoud mijn gegevens!