Ziek (2)

Huilend zit het jongetje op het mini-wctje. Zijn wimpers lijken nog langer nu ze nat zijn. Zijn grote bruine ogen schitteren nog meer dan anders. Niet van plezier of ondeugendheid deze keer maar van ellende. Of het krokodillentranen zijn moet ik nog bepalen maar mijn hart is al gesmolten. Mijn moederhart én mijn juffenhart. “Ik heb zo’n heel erge buikpijn”, zegt hij snikkend in mijn oor. Ik moet het manneke wel knuffelen. Ik geloof ik dat ik zijn mama maar ga bellen.


“Hoi met Janske, de juf van..”, dat zeg ik er steevast bij. Stel je voor dat mama even niet in de gaten heeft wie ik ben. Tsss, natuurlijk heeft die mama wel in de gaten wie ik ben. Ik kan ook zeggen: ‘met juf Janske’ maar ik ben natuurlijk niet de juf van die mama dus dat slaat ook nergens op.


Als ik een paar dagen later thuis aan het werk ben gaat de huistelefoon. Dan zijn er een paar mogelijkheden. Het is óf ons mam, óf mijn lief als ik mijn mobiel niet gehoord heb, of een bedrijf dat mij zakelijke energie wil aanbieden omdat ik tenslotte een ‘eigen bedrijf’ heb. Of ik mijn kantoor niet zakelijk wil verwarmen. Het nummer herken ik niet maar ik voel meteen dat het om een van de kinderen gaat. “Hoi met..” Ze hoeft niet verder te praten. Ik hoor meteen dat het de juf van mijn zoon is. Dat zegt ze even later ook, maar het is overbodig. Fijn om te weten dat ik de volgende keer ook maar twee woorden hoef te zeggen. ‘Wat heeft hij gedaan?’, flitst als eerste door mijn hoofd.


Als ik op school arriveer, staat hij met hangende schouders in de deuropening van de wc-tjes. Hij begint heel hard te huilen en strekt zijn armen naar mij uit, alsof hij weer vier is en ontroostbaar het voetbalveld verlaat. ‘Ik wil alleen nog maar bij jou zijn.’ Bijna zeven is hij maar nu zielig ziek. Aarzelend loop ik de klas van onze dochter binnen. Haar juf is nieuw, en in tegenstelling tot de helft van de juffen, die ik mede door mijn eigen baan goed ken, ken ik haar niet en voel ik me bezwaard. ‘Pffff, weer zo’n moeder die tijdens de les binnen komt met een onnozele opmerking.’ Ik kan moeilijk vertellen dat wij daar een sketch over hebben gemaakt en dat ik haar begrijp. Ons meisje groeit een halve meter als ze hoort dat ze alleen naar huis mag komen. Zielig voor haar broertje, fijn voor haar.


Hij slaapt de hele middag. Als hij wakker wordt zegt hij: “Zo, nu lust ik wel een appeltje met kaneel en een Fristi.” (melk met ranja). Avondeten gaat er goed in. Om 21.30 komt hij naar beneden. “Ik geloof dat ik niet kan slapen.” Hij kruipt tegen me aan en bekijkt de fotomodellen op tv, die aan de Euromast hangen. “Dat ga ik ook doen”, zegt hij stoer. ‘Huhhuh’ denk ik. En nu lekker naar bed. Tot morgen juf!

Reacties

I have browsed most of your posts. This post is probably where I got the most useful information for my research. Thanks for posting, maybe we can see more on this. Are you aware of any other websites on this subject?

Is the feeling the same as pressing an actual physical key? Not really. Can you get used to it, though? We know we did easily enough to not consider it a problem, but not an improvement either

Reageren

Naam   E-mail Mijn url
Voer onderstaande code hiernaast in:
51dfa1
Onthoud mijn gegevens!